Made in Belgium

Habiba en Khadija Ait Moussa zijn twee zussen, twee handen op een buik ook. Wat de ene zegt beaamt de andere, de ene zin wordt door de andere aangevuld. Zo uitgesproken zelfs dat ik niet meer kon volgen bij het neerschrijven van ons interview. Ik geloof niet dat ze het mij kwalijk nemen dat ik ze met één stem laat spreken. Ik geloof niet dat ze zelf nog goed weten wie wat ook weer gezegd heeft.


DSC 0481
Habiba en Khadija zijn van allochtone afkomst. “Wel geen import, he, hier geboren,” luiden ze het onderwerp meteen lachend in. Hun Marokkaanse ouders zijn met een van de eerste lichtingen migranten naar België gekomen. “Mama had de broek aan thuis. Onze papa is altijd een bangerik geweest. Een heel eerlijke man ook. Hij wou altijd alles in orde hebben. Verzekeringen had hij bij bosjes. Liever een verzekering te veel dan er een te weinig. Lenen was bijvoorbeeld taboe bij ons thuis. Eerst werken, verdienen en dan pas kopen. Papa zei altijd : als je iets wil bereiken moet je ervoor werken. Hoe hij het gedaan heeft, als mijnwerker een gezin van 7 onderhouden én met één inkomen ook nog de familie in Marokko ondersteunen, het is ons een raadsel.” En het is net het werk dat mij voor Vrouwenkracht Kempen bij de zusjes Ait Moussa brengt. Allebei zijn ze aan de slag bij Nike in Laakdal. Khadija werkt er inmiddels 15 jaar, Habiba 14.

NECAT 

Binnen het Nike Customer Service Center, de logistieke draaischijf voor Europa, het Midden-Oosten en Afrika met meer dan 1500 werknemers, zet een team van 15 werknemers zich in als vrijwilliger. Dat team heet het NECAT, Nike Environmental and Community Action Team en dat zijn dure woorden om te zeggen dat de initiatieven altijd te maken hebben met milieu, integratie of sport. Nike steunt waar mogelijk met financiële en logistieke middelen, de inzet gebeurt vrijwillig, buiten de arbeidstijd. Teamleider is Heidi Gillemot, Habiba en Khadija maken deel uit van het team. Het NECAT mag maar uit 15 mensen bestaan, er kan pas iemand bij als een ander het team verlaat. Om toegelaten te worden is er een selectieprocedure waarin de kandidaten hun engagement en motivatie aantonen. Khadija en Habiba zien het als een eer om deel uit te maken van het NECAT. 
De beide dames zijn tot het team toegelaten omdat ze zich, nog voor ze er deel van uitmaakten, zoveel als mogelijk vrijwillig inzetten bij de activiteiten die het team organiseerde. “Een aantal activiteiten keren jaarlijks weer, zoals de ‘car out day’, een onaangekondigde dag waarop we de carpoolers, fietsers en lopers belonen voor hun bijdrage aan een beter milieu en de integratiesportdag voor mensen met een handicap die op de sportterreinen van Nike wordt gehouden. Al 10 jaar maken we verjaardagspakketten voor kindertehuizen uit de regio. Om de twee jaar organiseren we ook een sportdag voor kinderen uit Tsjernobyl die bij Kempense gastgezinnen een gezonde zomervakantie komen doorbrengen.”

Wheels for Kenia 

Er is ook ruimte voor nieuwe initiatieven die het NECAT kan en mag uitwerken. De actie Wheels for Kenia is er gekomen toen Niels, een jongen die aan het integratiekamp deelnam, aan een Keniaanse monitor vroeg of ze niets met zijn te klein geworden rolstoel kon doen. Een lange koude winter en de inzet van het ganse team later waren 2 containers vol met rolstoelen op weg naar Naïrobi om via Paralympics Kenya in het Keniaanse binnenland verdeeld te worden. “We hebben toen op alle mogelijke plaatsen in het land de stoelen opgehaald. Elke zaterdag in de winter waren we op pad met een busje van Nike. Wij moesten de stoelen verzamelen, Nike zorgde dat we vervoer hadden om ze op te halen en dat de rolstoelen uiteindelijk ter plaatse geraakten.
We zijn langsgegaan bij bejaardentehuizen en ziekenfondsen en bij zoveel mensen thuis. Aan elke stoel hing een verhaal dat ons werd verteld. Het was vaak emotioneel om de rolstoel mee te nemen, dikwijls het laatste wat de familieleden nog van iemand hadden bewaard. Als het over kinderen ging die hun rolstoel niet meer nodig hadden omdat ze er niet meer waren was het extra moeilijk voor ons. Een moeilijk maar ook zeer mooi project, gestart bij de gulheid van een kind.” Een dergelijk project slaat bij een gigant als Nike grote ogen. De Amerikaanse cultuur is gericht op doneren, geld geven. Dat medewerkers zich maandenlang in barre koude met weinig meer dan hun persoonlijk engagement ingezet hebben om de rolstoelen te verzamelen is ook grote baas Mark Parker niet ontgaan. Het hele bedrijf, van hoog naar laag is betrokken bij het NECAT. De general manager van Laakdal doet elk jaar mee met de integratiesportdag. Die positieve mentaliteit motiveert en erkent hun inzet. Het vervult Habiba en Khadija niet onterecht met trots : 

“Binnen Nike worden we echt gewaardeerd omdat we in het NECAT zitten. Mensen reageren van ‘amai, dat jullie dat willen doen’ en wij zijn net trots dat we het kunnen en mogen doen. De ploeg van het NECAT is heel divers en dat is heel fijn. We kunnen open en eerlijk tegen elkaar zeggen wat we wel of niet fijn vinden, de ene is meer aangetrokken tot die activiteit en een ander doet liever wat anders. Er is voor elk wat wils. We komen maandelijks bij elkaar om te vergaderen en eens per jaar worden we getrakteerd op een teamdag. Dan worden we beloond voor onze inzet.” 

‘Allez zus, dat hadden wij kunnen zijn’

Het engagement dat Habiba en Khadija als vanzelfsprekend aan boord leggen wordt nog het meest gevoed door de reacties van de mensen waarvoor ze het doen. “Als we een bedankkaartje krijgen dat de kinderen uit het tehuis zelf gemaakt hebben, dan kijken we naar elkaar en zeggen we ‘allez, zus, dat hadden wij kunnen zijn’. We zijn ons zo bewust van het geluk dat we hebben om elke dag gezond en wel te kunnen komen werken, om welvarend te kunnen leven. Opstaan met het idee ‘hey, ik kan gaan werken’ maakt ons gelukkig. We zijn zo opgevoed. Als allochtoon hebben we toch maar een mooie job alletwee! Pas op, we hebben de kans gekregen maar we hebben ze ook met beide handen aangenomen en goed benut!”

De zussen zijn allebei met een Belg getrouwd. Habiba is bewust kinderloos, Khadija heeft een dochter Fatima. “Van onze papa hebben we altijd geleerd om te kijken naar wie minder heeft, niet naar wie meer heeft. Dat maakt dat we altijd oog hebben voor minderbedeelden en onze godsdient leert ons om zoveel als mogelijk te helpen. Het betekent ook dat we onszelf alleen maar gelukkig kunnen prijzen met wat we hebben, niet ongelukkig door wat we niet hebben. We zijn moslim, zelfs onze mannen zijn bekeerd tot de islam. Het zijn schatten van mannen die mee in onze dromen geloven. Ze zijn fier op ons en ze komen meehelpen als ze kunnen.”

Het is een van de eerste stralende dagen van het jaar als ik de zussen ontmoet, de zomer kondigt zich fel aan. Geraakt hun zuiders bloed opgewarmd? Ongetwijfeld, maar alles verraadt dat zij elke dag zonnig in het leven staan. Ik ben zelf nogal goedlachs maar ik verbleek in het niets bij deze dames.

Habiba en Khadija Ait Moussa, als een glimlach nog niet bestond, zij zouden hem uitgevonden hebben!

DSC 0491

2016-12-16T21:22:32+00:00