Iris Baetens over Vrouwenkracht

Iris Baetens over Vrouwenkracht

Volgens het cliché zijn Kempenaars harde werkers. Ze doen wat ze moeten doen. Het liefst nog in stilte. Zonder dat iemand het merkt. Maar daar heeft het Platform Vrouwenkracht Kempen een stokje voor gestoken. Met het fotoboek en de rondtrekkende tentoonstelling “Kempense vrouwen-kracht” wil dit pluralistisch platform voor vrouwenverenigingen samen met Vormingplus het engagement van Kempense vrouwen in de kijker zetten.

De foto’s in het boek zijn van An Nelissen. De teksten werden geschreven door Iris Baetens. Een goede keuze zo blijkt. Iris is geboren in Oost-Vlaanderen en heeft nog een tijdje in Brussel geleefd. Sinds vijf jaar woont ze in Vosselaar. Haar kijk op de Kempen is dus nog heel fris.
Bovendien heeft ze haar naam mee. Iris betekent zoveel als ‘boodschapper van de goden’. Meteen begint ze te vertellen hoe het project haar veranderd heeft, hoe ze zich liet verwonderen door de vrouwen die ze ontmoette, en – laat ons beginnen bij het begin – hoe het project tot stand kwam.

Het idee van het project ontstond op het Platform Wereldvrouwenmars dat in 2005 werd opgericht, een pluralistisch platform waaraan alle verenigingen mogen meedoen. Tegen de wereldvrouwendag op 8 maart 2009 wilden zij een boek uitbrengen. Een pleidooi voor vrijwilligerswerk. “De bedoeling is om vrouwen die vrijwilligerswerk doen in de bloemetjes te zetten”, vertelt Iris Baetens. “En om andere vrouwen aan te zetten tot vrijwilligerswerk. Veel jonge vrouwen met of zonder kinderen hebben weinig tijd voor een engagement.” Dit boek moet ook hen inspireren.
Uiteindelijk bezocht Iris zo’n twintigtal vrouwen van allerlei slag. “Iedereen uit het platform mocht mensen aanbrengen. Daardoor zit je al snel in dezelfde vijver te vissen. We hebben de selectie dus een beetje gestuurd, zodat we vrouwen hadden van alle leeftijden, alle maten en gewichten met heel uiteenlopende engagementen. Het is een staalkaart van vrouwelijk vrijwilligerswerk. Maar wel een gestuurde staalkaart.”

Wat opviel

Vaak worden vrouwen in vrijwilligerswerk gesleurd. Ze zijn ooit met hun moeder of iemand anders meegegaan en ze zijn het blijven doen. Of ze gaan een keer helpen en worden meteen voor meer dan misschien oorspronkelijk de bedoeling was, gevraagd. Maar dat hoeft niet per se negatief te zijn, vindt Iris. “In het verhaal van veel vrouwen hoor je de woorden ‘erin gerold’, ‘op mijn weg gekomen’, ‘het is een passie geworden’.” Bij sommigen is het aangeboren. “Als de verhalen begonnen met ‘mijn vader’ of ‘mijn moeder’, wist ik al hoe laat het was”, lacht Iris.
Veel van de vrijwillige vrouwen zijn tussen 40 en 70 jaar oud. “Wanneer de kinderen het huis uit zijn, komt er voor veel vrouwen een leegte. Tegelijkertijd is er een financiële ruimte waardoor ze minder hoeven te gaan werken. Nodig zijn, zorgen voor, zeker nu de kinderen het nest uit zijn, het blijft voor veel vrouwen erg belangrijk.” Maar er zijn ook jonge vrouwen. Die kijken vaak helemaal anders naar hun engagement. Ze gaan er vaak heel efficiënt, haast professioneel mee om. Vergaderingen zijn geen uitstap maar momenten om de neuzen van de groep in dezelfde richting te zetten en allerlei zaken te regelen, af te spreken. De organisatie moet draaien, problemen worden voorkomen of snel opgelost. ”
Het is volgens Iris niet zozeer de leeftijd die voor een kloof zorgt tussen vrouwen binnen verenigingen. Het is eerder het soort engagement, dat niets met leeftijd te maken heeft. “Er zijn vrouwen die leven voor hun engagement. Maar er zijn ook vrouwen voor wie het engagement in hun leven past. Het lijkt mij niet evident om die twee in één vereniging te hebben. Ik praatte met een verpleegster met drie kinderen. Als zij van dienst is, kan zij niet komen helpen. Daar moet begrip voor zijn, anders werkt het niet.”

Typisch Kempisch?

Nog opvallend: het groot aantal christelijk georiënteerde verenigingen. “In de Kempen is dat bijna een evidentie. Je begint bij de KAV of KVLV, groeit dan door naar de KWB die zich op gezinnen richt en komt uiteindelijk bij OKRA terecht. Je kan een heel traject volgen, afhankelijk van je leeftijd. Hele buurten doen het en vele generaties voor jou deden het al, dus je kan gemakkelijk instappen. Een ander voorbeeld is Mieke Daems. Zij zat in de jeugdbeweging en engageerde zich voor een uitwisselingsproject om jeugdwerkingen op te starten in een dorp in Roemenië. Nu zit ze in een coördinerende functie voor de uitwisseling van andere projecten dan de jeugdwerking. Logisch, want je blijft niet tot je 45ste in de jeugdbeweging.”
Maar ondanks het parochiale is het vrijwilligerswerk helemaal niet bekrompen. “Het is een soort naastenliefde zonder dat het mensen uitsluit.”

Kampen

De meeste diehard-vrijwilligers hebben moeite met mensen die zich niet ten volle inzetten. “Er is een groot verschil tussen vrijwillig en vrijblijvend. Veel van de echte vrijwilligers kunnen niet tegen mensen die drie keer komen helpen, maar bijvoorbeeld niet blijven voor de opkuis.”

Binnen het vrijwilligerswerk merkte Iris ook twee kampen. “Er zijn vrouwen die met heel veel visie en ideologie hun engagement beleven. Anderen doen gewoon. Vurig strijdend voor een betere wereld of met passie wandelingen gidsen, beiden zijn ontwapenend. Ik kwam telkens met veel warmte en gloed buiten. Er zitten echt vrouwen bij die me voor altijd veranderd hebben.Er zitten echt vrouwen bij die me voor altijd veranderd hebben.”

Iris benadrukt dat alle vrouwen prachtig werk leveren. “Ik heb Barbara Dex geïnterviewd, maar voor mij waren het allemaal BV’s. Allemaal Bijzondere Vrouwen.”
Als ze er toch een paar ervaringen moet uitpikken, blijkt dat het Asielcentrum van Arendonk op haar de diepste indruk heeft nagelaten. “Die vrouwen waren niet bezig met politiek. Ze zeiden: ‘wat de politiek beslist, maakt niet uit, als er maar niet meer met de mensen gesold wordt zoals nu wel het geval is’. Dat was er zo op, hè.”
“Het schoonste voorbeeld: toen het asielcentrum er zou komen in Arendonk, was er een buurtbewoner die er enorm actie tegen voerde. Nu is hij een van de grootste vrijwilligers daar. Je moet er gewoon een keer geweest zijn. Dan besef je: je moet niet de grote ideologieën hebben, als je de mensen maar in hun waardigheid houdt.”

Eén man

In het boek komt één man aan het woord. Dat is Louis, de man van de overleden Judith Hiwat. “Van dat interview ben ik echt overstuur geweest”, vertelt Iris. “Hij vertelde het verhaal van zijn vrouw met zoveel liefde en toewijding. Het is alsof ik haar leren kennen heb. Ik hoorde haar door hem praten. Ik heb dat verhaal met de meeste zachtheid geschreven. Het boek is aan haar opgedragen.”
Als ik Iris vraag of engagement typisch vrouwelijk is, zegt ze meteen dat ze niet kan vergelijken met mannelijk engagement. Maar bij vrouwen blijkt het wel een combinatiespel te zijn. “Ze moeten het combineren met gezin en werk. Ze zijn er altijd mee bezig. Ik denk dat mannen sneller denken dat anderen zich wel aan hen zullen aanpassen.”
“Zelfs de vrouwen waarvoor het huishouden op zich niet belangrijk is, worden er door hun omgeving ongetwijfeld wel op nagekeken als het niet piekfijn in orde is. Het wordt van vrouwen gewoon verwacht dat eerst thuis alles en iedereen tevreden is en dan pas de rest. Sommige vrouwen krijgen hun engagement ook op die manier verkocht aan hun gezin. Alles netjes, gewassen en gestreken, het eten klaar. Hieraan voldaan kunnen ze de rest van de dag hun zin doen. Ook hier vallen jongere, werkende vrouwen af.”
“Zelf zou ik ook niet weten op welke manier ik engagement zou kunnen opnemen. Een veeleisende job, een partner met lange werkdagen en jonge kinderen, het is op dit moment gewoonweg niet mogelijk. Maar het kriebelt wel. Het komt ongetwijfeld ooit ook op mijn weg.”

Tips

Er is niet echt een succesformule voor vrijwilligerswerk. Maar vast staat dat de groep waarin je terecht komt heel belangrijk is. “Als je een sterke groep hebt, kan je heel ver geraken.” In sommige groepen is het moeilijker om te integreren dan in andere. “KAV of VIVA-SVV zijn net heel open. Iedereen is er welkom en je groeit vanzelf mee in de organisatie of het bestuur. Die besturen zijn dan weer meestal een hechte kliek. Daarom worden besturen ook vaak in groep vervangen.”
Maar dé sleutel tot succesvol vrijwilligerswerk is wellicht dat je het graag doet. “Als je iets graag doet, doe je het meestal ook goed. Als ik vroeg wat ze er zelf uithalen, kreeg ik meestal het antwoord: “heel veel voldoening.” Mensen worden er gelukkig van. Ze doen het voor anderen omdat ze het ook voor zichzelf doen. En dat is ook waarom ik dit project gedaan heb.”

Foto’s: Bart Van der Moeren

Interview: Marian Michielsen

2012-02-13T13:21:13+00:00