Walter Zinzen: ‘De VRT zou me vandaag niet meer aanwerven’

Walter Zinzen: ‘De VRT zou me vandaag niet meer aanwerven’

Kunnen commerciële media in volle crisis nog goede journalistiek brengen? Die vraag lag maandag op tafel tijdens het debat ‘De nieuwsindustrie’. ‘Ik maak me meer zorgen om mensen die geen nieuwsmedia meer onder ogen krijgen en de hele dag op Facebook naar kattenfilmpjes zitten te kijken dan over wie nog wel nog een krant leest’, aldus hoofdredacteur van het Nieuwsblad Liesbeth Van Impe.

In Mol debatteerden maandag in de reeks ‘Macht van de media’ Liesbeth Van Impe, Tom Cochez en Walter Zinzen over de ‘nieuwsindustrie’. Zijn media een bedrijfstak als alle andere, of bestaat er nog steeds zoiets als de romantiek van journalisten die in een democratie de vierde macht vorm geven? Van Impe, politiek hoofdredacteur van Het Nieuwsblad, zag niet per se een tweedeling. “De maatschappelijke opdracht van journalisten kan goed sporen met de strategie van commerciële bedrijven. Het is belangrijk om een groot publiek te bereiken: dat is zelfs een deel van die journalistieke opdracht. Als redactie worden wij ook in grote mate vrij gelaten om te doen wat we willen: we moeten het enkel doen met de middelen die we toebedeeld krijgen.”
“Ik werk voor een populaire krant”, gaat Van Impe verder. “Maar ook kleine en belangrijke journalistiek heeft een plaats gevonden in het medialandschap. Kijk wat De Tijd en De Standaard doen: onlangs stond in die laatste krant een portret van elf pagina’s van Europees president Donald Tusk. Ik maak me meer zorgen om mensen die geen nieuwsmedia meer onder ogen krijgen en de hele dag op Facebook naar kattenfilmpjes en omvallende Chinezen zitten te kijken dan over wie nog wel eens een krant leest.”

Concentratie en verschraling

Tom Cochez, die redacteur is bij deze site, ziet in de commerciële omgeving wel een bedreiging. “Journalistiek kan je niet vergelijken met één of ander product: het is binnen een democratie een belangrijke opdracht waar tijd en ruimte voor nodig is. Die wordt steeds krapper. Kijk ook eens naar de concentratiebewegingen die volop bezig zijn: er blijven minder titels over waar minder journalisten voor werken.”

De_nieuwsindustrie_003

“Liesbeth Van Impe: Het klopt dat onze beroepsgroep niet heel goed met kritiek om kan.” foto © tvmol.be

Daar leest Cochez tot zijn teleurstelling niets over in de klassieke media: “We krijgen grote verhalen te horen over de Persgroep die in Nederland De Volkskrant overneemt, en nu ook Mediahuis dat NRC Handelsblad opkoopt. Maar De Persgroep heeft ook de krantengroep Wegener overgenomen om er vervolgens 400 jobs te schrappen. Daarover lees je veel minder. Vorige week nog waarschuwde de Vlaamse Regulator voor de Media voor verschraling van ons nieuwsaanbod. Daar lees ik zelfs helemaal niets over. Media kijken naar alles en iedereen met een kritische blik. Behalve naar zichzelf.”

“Het klopt dat onze beroepsgroep niet heel goed met kritiek om kan”, geeft Liesbeth Van Impe toe. “En die verschraling is ook een risico: daar moeten we niet flauw over doen. Maar als ik naar Mediahuis kijk, denk ik dat we toch gezonde regels hebben kunnen afspreken. Het Nieuwsblad is naar Antwerpen verhuisd om een synergie met de Gazet van Antwerpen op te zetten. Maar de politieke redacties en de commentaarschrijvers blijven gescheiden. Op de Antwerpse redactie van de Gazet zitten nu zelfs meer mensen dan vroeger. Andere onderwerpen zoals de sportverslaggeving zal de Gazet van Antwerpen dan weer helemaal van ons overnemen.”

Laatste benen

Die synergie wordt opgezet met het idee dat krantentitels anders niet zullen overleven. Ook Liesbeth Van Impe is doordrongen van de crisis in haar sector. “We staan voor een gigantische transformatie”, zegt ze. “Dat brengt enorme uitdagingen met zich mee. Het model met adverteerders staat onder druk, de digitalisering vraagt grote investeringen en het consumptiegedrag van mensen is heel erg gewijzigd. De mediabedrijven hebben zich gegroepeerd om deze moeilijke periode door te komen.”

Tom Cochez:

Tom Cochez is er niet helemaal van overtuigd dat de krantengroepen het echt zo moeilijk hebben. “Media krijgen vandaag indirect voor 400 miljoen euro geld van de overheid”, zegt hij. “Ze hoeven geen btw te betalen en de distributie door bpost wordt gesubsidieerd. Daarmee financiert de overheid een papieren model dat op haar laatste benen loopt terwijl nieuwe initiatieven zoals Apache.be amper worden gesteund.”

“Alle politici zijn het erover eens dat er een level playing field moet komen voor media. Enkel in de feiten zien we daar weinig van”, gaat Cochez verder. “Kranten hoeven zelfs geen btw te betalen voor hun digitale abonnementen terwijl Apache.be braafjes 21 procent afstaat aan de fiscus.” Van Impe kan zich daarin vinden: “Wij willen ook af van de afspraken die we daar vandaag over hebben, maar het debat is een Europees debat. Tot zolang hangt dat ook ons als een zwaard van Damocles boven het hoofd.”

Gevraagd naar het financieringsmodel van Apache.be geeft Cochez toe dat naar de concrete invulling momenteel nog gezocht wordt. “Wij zitten nu ergens tussen een professionele werking en afhankelijkheid van vrijwilligers. Wij zullen nooit streven naar winstmaximalisatie – daarom zijn we ook een coöperatieve vennootschap geworden – maar we zijn op zoek naar financiële middelen om met meer continuïteit relevante artikels te brengen. Buitenlandse voorbeelden zoals De Correspondent en Mediapart leren dat daar een publiek voor bestaat.”

Alleskunners

Als kranten en nieuwssites vandaag geobsedeerd zijn door leescijfers, zag Walter Zinzen de voorbije decennia bij de VRT hetzelfde gebeuren. Daar voerde Bert De Graeve het marktdenken (‘met veel talent’, volgens Zinzen) door. “De focus op kijk- en luistercijfers heeft zich genesteld in het denken van journalisten. Moeilijke onderwerpen worden niet gebracht omdat ze te moeilijk zijn: het is nochtans net de taak van journalisten om moeilijke onderwerpen begrijpelijk uit te leggen. De verpakking moet daarvoor misschien worden gevulgariseerd: daar heb ik geen enkel probleem mee. Helaas is bij de VRT hetzelfde gebeurd met de inhoud.”

Walter Zinzen: "Ik zou niet meer worden aangenomen als ik nu bij de VRT zou solliciteren." foto © tvmol.be

Walter Zinzen: “Ik zou niet meer worden aangenomen als ik nu bij de VRT zou solliciteren.” foto © tvmol.be

De schuld daarvoor ligt in de ogen van Zinzen bij de Vlaamse overheid. “Politici verwijten de VRT dat ze de markt verstoren: dat is hypocriet. Het is toch de Vlaamse regering die in de beheersovereenkomst de opdracht heeft ingeschreven dat de VRT een ruim publiek moet bereiken?” Voor Bert De Graeve is hij milder. “Na zijn komst had ik voor het eerst het gevoel dat ik onafhankelijk kon werken als journalist. Na een uitzending lag er nooit meer een nota klaar van een of andere baas die gebeld was door een of andere politicus. Dat is zijn verdienste.”

Aan het einde van het gesprek vroeg moderator Guy Goris of Zinzen vandaag terug als journalist zou beginnen. Het antwoord was somber: “Ik zou niet terug op televisie kunnen beginnen, neen. Mocht ik bij de VRT solliciteren, zou ik er niet meer worden aangenomen. Een journalist moet vandaag alles kunnen: filmen, tekst schrijven, monteren,… Ik kan dat niet. Daar heb je vakmensen voor nodig. Als een journalist dat allemaal zelf moet doen, kan dat geen kwaliteit opleveren. Daar zou ik niet aan willen beginnen.”

Een nagesprek met tvmol

2016-12-16T21:22:26+00:00

About the Author:

Peter Casteels
Peter Casteels (1989) studeerde politieke wetenschappen aan de Universiteit Gent. Hij schrijft voor Apache.be