‘Bijna elke hond met een hoed op mag voor de krant schrijven’

‘Bijna elke hond met een hoed op mag voor de krant schrijven’

Valt de lokale journalistiek te redden? Dat was de inzet van een debat dat maandag in Geel tussen drie vertegenwoordigers van de Kempische journalistiek werd georganiseerd. Het antwoord was ontnuchterend: ‘Er is blijkbaar geen markt voor goede en gedegen nieuwsproducten.’
Er wordt wel eens minnetjes over gedaan, en kwaliteitskranten investeren er amper in, maar lokale journalistiek blijft één van de speerpunten waarop media het verschil kunnen maken en wel degelijk bewijzen dat ze de vierde macht zijn.

DEBAT GEEL-23

Van links naar rechts: Bart Timperman, Jan Peeters, Dirk Kennis en Karl van den Broeck. (Foto: Bert De Deken)

Het eerste debat van de reeks ‘Macht van de Media’, georganiseerd door Vormingplus Kempen, ‘t Pact en Apache.be die de komende maanden in de Antwerpse Kempen wordt georganiseerd, ging dan ook over de vorm van journalistiek die het dichtste bij de mensen staat.

Bart Timperman, tot voor kort verbonden aan Gazet van Antwerpen en nu als zelfstandige actief, vindt de lokale journalistiek ook de ‘moeilijkste’ vorm van allemaal. “We worden rechtstreeks geconfronteerd met onze onderwerpen: schrijf maar eens over een gezinsdrama waarvan je weet dat je de slachtoffers kan tegenkomen”, zegt hij. “Lokale journalistiek wordt meestal als een leerschool gezien, maar ik ken veel Wetsstraatjournalisten die het niet zouden kunnen.”

Zes jaar crisis

Toch is het net deze journalistiek waar de voorbije jaren zwaar op werd bespaard. “Regiojournalistiek is helaas ook de duurste vorm van journalistiek”, gaat Timperman verder. “Nationale kranten moeten dezelfde pagina soms wel twaalf keer anders invullen voor twaalf verschillende edities. Zo’n pagina kost dus veel meer dan nationale nieuwsberichten. De logica van de boekhouder zegt dan dat daar eerst moet worden bespaard.”

Jan Peeters: 'We zitten nu in het zesde crisisjaar. Wij hebben dat als eerste gevoeld aangezien bedrijven eerst besparen op communicatie en reclame. Sinds twee jaar doen overheidsdiensten hetzelfde.'

Jan Peeters: ‘We zitten nu in het zesde crisisjaar. Wij hebben dat als eerste gevoeld aangezien bedrijven eerst besparen op communicatie en reclame. Sinds twee jaar doen overheidsdiensten hetzelfde.’

Dirk Kennis, hoofdredacteur van het lokale Nieuwsblad van Geel, heeft zijn vragen bij de besparingsronden die kranten de voorbije jaren doorvoerden. Kennis: “Het is nog nooit zo goedkoop geweest om een krant te produceren, en ook de kosten van redacties waren zelden zo laag. Dat zijn grote besparingen: waar is dat geld naartoe? Als ik De Persgroep en binnenkort misschien ook Mediahuis miljoenen in Nederland zie investeren, zou dat wel eens het antwoord kunnen zijn.”

Ook RTV, de lokale Kempische televisiezender van Jan Peeters fuseerde met de Mechelse televisie. “Dat proberen we nu leefbaar te maken”, zegt Peeters daarover. “We zijn bijna de enige onafhankelijke lokale zender in Vlaanderen. Ik had gehoopt dat Ingrid Lieten die initiatieven zou ondersteunen, maar ze koos ervoor om de grote mediagroepen te bevoordelen en Vlaanderen voor hen op te delen in een oostelijk en een westelijk deel.”

Peeters hangt een somber beeld op van de financiën van lokale zenders. “We zitten nu in het zesde crisisjaar. Wij hebben dat als eerste gevoeld aangezien bedrijven eerst besparen op communicatie en reclame. Sinds twee jaar doen overheidsdiensten hetzelfde. Nationale zenders proberen nu met lage prijzen onze adverteerders af te pakken want ook zij hebben minder inkomsten. Onze begroting voor dit jaar is slechts drie vierde van die van vorig jaar. En toen was ze ook al lager dan de jaren daarvoor. Ik durf bijna niet zeggen met hoe weinig mensen wij elke dag twee journaals maken.” Peeters hoopte Ingrid Lieten te kunnen overtuigen van een model van gemengde financiering waarbij, net als in de cultuursector journalisten worden gesubsidieerd. Lieten is daar nooit op ingegaan, en Peeters zal hetzelfde voorstel aan haar opvolger Sven Gatz doen.

Vrijwilligerswerk

DEBAT GEEL-16

Bart Timperman: ‘Gemeenten hebben een communicatiedienst, schepenen een woordvoerder. Begin dan maar als onervaren journalist in een dossier te peuteren.’

Bart Timperman zag bij Gazet van Antwerpen het niveau van de journalistiek achteruitgaan. “Vroeger werden wij als beginners begeleid. Er waren eindredacteuren die keuzes maakten en ook commentaar gaven op onze stukken. Dat was hard, maar daar leerden we veel van. Nu zijn die eindredacteuren soms jobstudenten of jongeren zonder ervaring. Bijna elke hond met een hoed op mag voor de krant schrijven. Ze zijn al blij als die voor de deadline helemaal is gevuld.”

Het werk voor regionale journalisten is er nochtans niet eenvoudiger op geworden. “Veel gemeenten zijn geprofessionaliseerd”, vertelt Timperman. “Ze hebben een eigen communicatiedienst, en schepenen beschikken vaak over een woordvoerder. Begin dan maar eens als onervaren journalist te peuteren in grote dossiers. Dat wordt alleen maar moeilijker, net als voor de oppositie.”

Onlangs was er enige ophef over de lage bedragen die freelancers voor lokale journalistiek krijgen. Maar het was altijd al zo dat die regionale pagina’s deels door (semi-)vrijwilligers werden geschreven. Timperman: “Alleen is door de snelheid van het nieuws en de druk op medewerkers het plezier eraf. En als je het enkel voor het geld moet doen, is het de moeite niet meer.”

“Ook wij geven geen hoge vergoedingen”, pikte Dirk Kennis daarop in. “Maar onze bedragen zijn ondertussen wel hoger dan wat Het Nieuwsblad geeft. Toch hebben we het net zo goed moeilijk om mensen te vinden. Er is niet enkel een ontlezing aan de gang, maar ook een ‘ontschrijving’. Het is lastiger geworden om mensen te vinden die goed kunnen schrijven.”

Onmacht van de media

Dirk Kennis: 'Blijkbaar zijn heel veel mensen niet geïnteresseerd in kritisch denken. Voor slechte en vluchtige nieuwsproducten is er een grote markt, voor goede en gedegen producten niet.' 

Dirk Kennis: ‘Blijkbaar zijn heel veel mensen niet geïnteresseerd in kritisch denken. Voor slechte en vluchtige nieuwsproducten is er een grote markt, voor goede en gedegen producten niet.’

Er ontstonden ook op lokaal niveau de voorbije jaren heel wat initiatieven die de leemte die de grote media laten proberen op te vullen. Alleen zijn dat meestal gesponsorde sites en bladen waar de scheidingslijn tussen journalistieke inhoud en advertenties steeds minder duidelijk te trekken is. Of de aandacht van mensen gaat naar commentaren op Facebook en Twitter die veraf staan van het ideaal van de kritische maar objectieve journalist. Hoe dat komt? “Blijkbaar zijn heel veel mensen niet geïnteresseerd in kritisch denken en reflectie. Voor slechte en vluchtige nieuwsproducten is er een grote markt, voor goede en gedegen producten niet”, vat Dirk Kennis het samen.

De reeks waar dit debat een onderdeel van uitmaakt heet ‘Macht van de media’. Na dit weinig opbeurende debat vroeg moderator Karl van den Broeck of de panelleden zich wel zo machtig voelen als soms wordt gedacht. “Men vindt ons wel belangrijk”, zegt Jan Peeters. “Politici en bedrijfsleiders die belang hebben bij de publieke opinie houden rekening met ons.” Dirk Kennis is iets nuchterder: “Wij hebben meer met onmacht te maken dan met macht. Als we iets teweeg kunnen brengen, is het door positieve initiatieven aandacht te geven. Dan worden ze opgepikt door ons publiek. Maar echte macht hebben wij eigenlijk niet, nee.”

2016-12-16T21:22:27+00:00

About the Author:

Peter Casteels
Peter Casteels (1989) studeerde politieke wetenschappen aan de Universiteit Gent. Hij schrijft voor Apache.be