Het Grote Stadsregiodebat

Het Grote Stadsregiodebat

Sinds 1999 vormt Turnhout met drie omliggende gemeenten (Beerse, Oud-Turnhout en Vosselaar) de Turnhoutse Stadsregio, die op verschillende terreinen acties uitwerkt. Die organisatievorm is niet alleen bestuurlijk boeiend: in de regio leeft de discussie rond de rol van zo’n Stadsregio ook sterk.
Aanleiding te over dus om de werking ervan te evalueren. Het debat dat we in maart 2012 organiseerden in samenwerking met de Gazet van Turnhout, kende het verhoopte succes: een sterk inhoudelijk luik en 90 belangstellenden.

Een verslag van Wendy Luyks.

 Waarom een Stadsregio?

Roel Slegers (Stadsregio Turnhout): Er zijn heel wat uitdagingen waarmee gemeentes geconfronteerd worden en die uitdagingen stoppen niet aan de gemeentegrenzen. Dat wordt nog duidelijker voor specifiek grondgebonden zaken, zoals mobiliteit en het woonbeleid. Er zijn steeds meer taken die naar de gemeenten worden doorgeschoven, steeds meer wetgeving die ervoor zorgt dat de werking van de gemeente steeds complexer wordt. Daar is specialisatie voor nodig, maar de middelen van de gemeenten zijn natuurlijk niet onuitputtelijk. Dat betekent dus dat er zoveel mogelijk expertise ‘gepoold’ moet worden en waarbij voor de stadsregio ook een rol is weggelegd. Specifiek voor Turnhout is er de regionale dynamiek. De afbakening van het regionaal stedelijk gebied Turnhout strekt zich uit over vier gemeenten die momenteel de Stadsregio vormen. Zij hebben een aantal gelijklopende problemen. Het concept Stadsregio is vrij onbekend in België. Hier wordt regionale samenwerking vaak ingevuld door intercommunales of door de provincie.

Start Stadsregio

In 1999 is de stadsregio een beetje als pilootproject kunnen optreden. Uit de afbakening van het regionaal stedelijk gebied bleek dat een nauwere samenwerking wel gewenst was door de vier gemeenten. De echte start is te situeren rond 2001, toen de projectvereniging opgericht werd. In 2006 werd de eerste periode afgesloten met een evaluatie en daarbij werd ook gezegd dat het de intentie is van de vier gemeenten om verder te gaan met de stadsregio. In 2009 wordt er dan gestart met de proeftuinen. Eerst een intern traject met een stadsregio-overleg, een stadsregio-atelier dat daarna ingebed wordt in het wetboek dat door Vlaanderen doorgeschoven wordt. Wanneer we al een klein beetje vooruit kijken naar 2013 dan staat een nieuwe verlenging op het programma, met nieuwe uitdagingen en nieuwe keuzes.

Beleidsdomeinen

Wanneer we kort even kijken naar de beleidsdomeinen waar de Stadsregio actief is, dan is dat in eerste instantie mobiliteit, waarbij de stadsregionale rol gaat van planning en overleg tot het flankerend beleid op vlak van mobiliteit. Op vlak van huisvesting werken we een beetje beleidsvormend maar zeker ook eerstelijnsdiensten naar burgers van de stadsregio. Binnen sociale economie nemen we de regierol op voor de vier gemeenten. Buiten die drie grote pijlers zijn we ook actief op een aantal flankerende beleidsdomeinen waarbij de stadsregio vooral als platform fungeert om tot overleg te komen met de verschillende partners, zowel gemeenten als andere organisaties. Stadsregio is een netwerkorganisatie die heel afhankelijk is van de gemeenten omwille van het kleine team waarmee we zelf werken. We zijn dan ook nauw betrokken bij andere organisaties om onze expertise verder uit te bouwen, maar zeker ook om de werking van de stadsregio op de agenda te plaatsen bij andere overheden.

Realisaties

Het belangrijkste is een heel sterke groei van het vertrouwen tussen de vier gemeentes. Dat vertrouwen is cruciaal om verdere stappen te kunnen zetten in de werking van de stadsregio. Maar als we even kijken naar de verschillende peilers waarop de stadsregio actief is dan valt op dat op vlak van mobiliteit een sterke intergemeentelijke mobiliteitsdienst is uitgebouwd waarop de vier gemeenten beroep kunnen doen. Er is ook werk gemaakt van een flankerend mobiliteitsbeleid, dat gaat van autoluwe zondag tot schoolvervoersplannen tot het sensibiliseren van jongeren op vlak van mobiliteitskeuzes. Tenslotte is er ook het gezamenlijke mobiliteitsplan dat met de vier gemeenten is opgemaakt. Binnen sociale economie, de stadsregio coördineert die rol voor de vier gemeenten. Er is een peuterspeelpunt opgericht dat informatie biedt aan ouders en dat peuters ook voorbereid op de instap in de kleuterklas. Dat is met veel succes gelanceerd in Beerse en Turnhout. Er wordt nu ook bekeken of dit uitgebreid kan worden naar Vosselaar en Oud-Turnhout. Woonbeleid is de derde grote peiler. Wonen in de stadsregio, een project lokaal woonbeleid dat opgezet is met drie gemeenten maar waar vanaf juni 2012 ook Turnhout ingestapt is. Het wooninfopunt is misschien wel de meest zichtbare verwezenlijking  van de stadsregio. Dit is een eerstelijnsdienst voor inwoners van de gemeenten en waar ze terecht kunnen voor allerlei vragen rond premies en woonbeleid. Dan is er ook de ecolening. Een lening die aangeboden wordt vanuit de stadsregio voor energiebesparende maatregelen en waarbij we extra aandacht willen hebben voor de zwakste doelgroep.

Uitdagingen toekomst

Stadsregio werkt op basis van vrijwillige samenwerking. We botsen daarbij ook af en toe op de grenzen van die vrijwillige samenwerking. Besluitvorming sleept soms lang aan omwille van het formeel goedkeuringstraject. Soms lijkt het wel dat besluitvorming op regionaal niveau mogelijk zou zijn om verdere stappen te kunnen zetten. Een tweede uitdaging is de afbakening van de stadsregionale thema’s. We moeten bekijken waar de stadsregio prioritair op moet inzetten, wat de kerntaken zijn. Ruimtelijke ordening kan een hele interessante ondersteunende structuur bieden, zeker wanneer er een lange termijn visie ontwikkeld moet worden. Het vormt ook de verbinding tussen woonbeleid, mobiliteit en het kan ook het vertrouwen tussen de gemeenten sterk verhogen.

Tenslotte ook eens nadenken over de mogelijkheden van financiële verweving. De lasten en de lusten van de stad en de stadsrand, waarbij ook eens nagedacht kan worden over de inplanting van de bepaalde infrastructuur in de regio waarbij er in eerste instantie gekeken wordt naar de financiële gevolgen.  Voor 2014-2019 lijkt het me vooral belangrijk dat we meer durven samenwerken, dat we verder blijven inzetten op die samenwerking en dat er blijvend werk wordt gemaakt van een visie op lange termijn.

Stadsregiodebat – Deel 1

Wat is het belangrijkste resultaat van de samenwerking tot hiertoe?

De 7 aanwezige politici zijn het erover eens dat er een samenwerking is ontstaan. Dat mensen de problemen van andere gemeentes kunnen zien en daar samen een oplossing voor vinden, dat is een van de grootste krachten van een stadsregionale samenwerking. Astrid Wittebolle, Groen Turnhout, pleit voor een stadsregionale schepen. Paul Meeus, Vlaams Belang Turnhout, stelt dat de stadsregio een pioniersrol gespeeld heeft. ‘De Vlaamse regering geeft het signaal aan steden en gemeenten om samenwerkingsverbanden op te zetten. Dat is een uitdaging die we moeten aangaan.’

Welke moeilijke thema’s zijn de afgelopen tien jaar behandeld?

De lokale diensteneconomie is een goed initiatief waar heel wat stappen gezet zijn naar kansengroepen. Volgens de voorzitter is een van de grootste verdiensten het gezamenlijk mobiliteitsplan (nog niet door iedereen goedgekeurd) is. Dit wordt beaamd door Peter Segers, SP.A Turnhout. ‘Het plan is in Turnhout niet goedgekeurd, maar toch hebben we duidelijk vastgesteld dat we naar elkaar toegegroeid zijn. Het feit dat we eraan begonnen zijn is op zich al een belangrijk gegeven. Mobiliteit stopt ook niet aan de grenzen van de stadsregio. Als we het bijvoorbeeld hebben over de NMBS, dan hebben we ook Tielen en Kasterlee nodig om daarover te spreken.’ Astrid Wittebolle, Groen Turnhout, haalt aan dat er vaak gebotst wordt op de politieke grens. ‘We hebben vanuit onze eigen ideologie doelstellingen en die dingen moeten ook op elkaar afgestemd worden.’ Besturen van een stadsregio zijn geen democratische weerspiegeling. Tot op heden is het water te diep om stappen te zetten.

Heeft de gemeente aan autonomie moeten inboeten door de stadsregio?

Politici geven aan dat men baat heeft gevonden door zich te verenigen in een stadsregio. ‘We hebben bestuurskracht, maar nog niet voldoende. Misschien moeten we de gemeenteraden op elkaar laten afstemmen en beslissingen op hetzelfde tijdstip naar de gemeenteraad laten gaan. Dan worden we niet geconfronteerd met het feit dat in een bepaalde gemeente iets goedgekeurd wordt, terwijl dan plots een andere gemeente zich ineens anders opstelt.’ Volgens Peter Segers, SP.A Turnhout, is het besluitvormingsproces wel vertraagd. ‘We moeten met vier in overleg treden, waardoor ook teruggekoppeld moet worden.’

Hoe kijkt de burger naar de stadsregio?

Er is nog werk aan de winkel om die stadsregionale gedachte verder uit te dragen. Politici geven toe dat de burger nauwelijks weet waar het over gaat, maar benadrukken dat communicatie belangrijk is. Hoe zwaarder de thema’s worden waarin we samenwerken, hoe belangrijker het is dat de burgers weten wat we daar zitten doen.

Heeft de Vlaamse overheid enige verdienste aan waar de Stadsregio vandaag staat?

Volgens Paul Meeus, Vlaams Belang Turnhout, heeft Vlaanderen geen verdienste. ‘Je moet de vraag net omkeren. We hebben hier zelf voor moeten werken. Waar we nu staan, dat hebben we zelf gedaan en dat wordt nu door de hogere overheid beloond.’ Vlaanderen is soms ook een belemmering geweest. Politici halen de problematiek van subsidies aan. ‘Er zijn een aantal projecten in de sociale economie, waarbij we de ene dag subsidies hebben en die de dag erna niet meer hebben. Dat belemmert de werking. Fondsen zouden bevroren moeten worden voor pakweg 5 jaar, en niet bij wisseling van ploegen de kraan dichtdraaien.’

Inleiding deel twee: Peter Cabus

(Secretaris-Generaal departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed)

Een van de belangrijkste verdiensten van de stadsregio is het samenwerken. Wie een lofrede doet, kan soms ook kletsen uitdelen. Jullie zijn wel vlug tevreden. Samenwerking is uiteraard belangrijk en jullie staan op dat punt ook al heel wat verder dan andere regio’s.  Stadsamenwerking is wat mij betreft onvoldoende als het zich beperkt tot zaken die ze anders ook zo doen, zij het met minder middelen of met andere aandachtspunten. Ik denk dat je de ambitie nog een beetje hoger moet stellen. Er zijn vier belangrijke thema’s die de context bepalen van het toekomstverhaal van de stadsregio. Eerst en vooral wat we binnen ruimtelijke ordening het ontvoogdingsverhaal genoemd hebben. Geen enkele gemeente van stadsregio heeft de ontvoogdingsvoorwaarden kunnen bereiken en dat is voor mij wel een ontgoocheling. Men zit nu te spreken over grote zaken op een grotere schaal dan de afzonderlijke gemeenten, maar men slaagt er nog niet in om aan een aantal basisvoorwaarden te voldoen op lokale schaal die bedoeld zijn om de burger een dienstverlening te bieden, bijvoorbeeld op vlak van vergunningen,… Beerse staat het verste met 4 voorwaarden, Oud-turnhout 2 voorwaarden, Turnhout 3 voorwaarden en Vosselaar ook maar 3 voorwaarden. Als je wil samenwerken op een sterkere manier, met een grotere bestuurskracht op een hogere schaal, dan ben je jezelf verplicht om ook op eigen schaal je bestuurskracht te verhogen.

We willen intergemeentelijke samenwerking ondersteunen. We zijn op dit moment bezig om ons subsidiemechanisme te herbekijken, ondermeer ook om de intergemeentelijke samenwerking op een betere en meer gestructureerde manier te ondersteunen. Wat mij betreft zijn subsidies vooral bedoeld om zaken die anders niet van de grond komen een extra stimulans te geven. Reguliere werking moet wat mij betreft ook kunnen gebeuren vanuit de eigen middelen. Bovengemeentelijke herverdelingsvraagstukken kunnen vanuit het wetboek interne staatshervorming een kans krijgen. Dus ook daar weer de vraag stellen: kan de stadsregio een gebied zijn om herverdelingsvraagstukken te beslechten? Ik denk persoonlijk dat de verhalen die we vandaag gehoord hebben, nog niet zover gaan als het oplossen van herverdelingsvraagstukken op stadsregionale schaal. Bijvoorbeeld op vlak van ruimtelijke ordening, op vlak van wonen en andere vraagstukken die op dat schaalniveau spelen.

We willen als Vlaamse overheid slagkrachtig zijn. Dat betekent dat je opnieuw dat debat moet voeren over kerntaken. Wij als Vlaanderen willen ons focussen op die zaken die we van Vlaams niveau achten. Vlaanderen heeft veel plannen getekend, maar veel van die plannen blijven bij wijze van spreken in de schuif liggen en daar gebeurt weinig mee. Een plan heeft geen zin als het niet gerealiseerd wordt. Ook daar is het belangrijk om meer projectmatig te werken. Kan de stadsregio het gebied zijn waarbinnen het kerntakendebat zijn rol kan opeisen? En als dat zo is, voor welke thema’s zou dat dan zijn?

We zijn op dit moment bezig om een groenboek te maken dat als document moet dienen om het debat met de burger aan te gaan over de toekomst. We kiezen voorlopig als werktitel ‘Metropool Vlaanderen’. Tegen 2050 zal 75 procent van de bevolking in steden wonen, wereldwijd gezien. Vlaanderen wil de vijfde regio zijn in Europa en dan zullen we niet anders kunnen dan stedelijk zijn. Ik durf zelfs verder kijken. We gaan voor een vorm van co-productie. Dat wil zeggen dat we niet alleen ons eigen verhaal willen gaan opleggen aan iedereen, we willen met sectoren samenwerken, we willen met besturen samenwerken, zeker met sterke besturen die eigen visies ontwikkelen. Vandaar ook twee vragen in dit verband. Kan de stadsregio een eigen planning, een eigen strategisch beleid ontwikkelen die past in die nieuwe visie? Als je inderdaad gaat naar een metropool Vlaanderen, wat kan dan de rol zijn van stadsregio Turnhout, zeker als je het grensoverschrijdend gaat bekijken.

Deel twee

Waar moet de Stadsregio de komende jaren mee bezig zijn?

  • Ruimtelijke ordening. ‘Deze regio heeft heel wat te bieden en we moeten de handen in elkaar slaan.’
  • Mobiliteit.
  • Trachten de bestuurskracht te verhogen.
  • Er is ook het vraagstuk van middelen. ‘Hoe kunnen de we de Stadsregio bestuurlijk gaan reorganiseren zodat er meer bestuurskracht en beslissingskracht is. Er moet ook geld zijn.’
  • Volgens Bart Voordeckers, DE Stadslijst Turnhout, zijn er drie fases geweest. ‘Eerst hebben we elkaar leren kennen, dan hebben we gekeken wat we samen kunnen doen. Nu komt de derde fase: hoeveel autonomie gaan we aan de Stadsregio geven? Kan bijvoorbeeld grote sportinfrastructuur op stadsregionaal niveau bekeken worden? Ik weet niet of we al helemaal rijp zijn voor die derde fase.’
  • De vraag blijft wat Vlaanderen gaat doen. Iedereen is het erover eens dat, als er verantwoordelijkheden worden doorgeschoven naar de Stadsregio, dat er daar ook verplichtingen bijhoren. Zoals bijvoorbeeld personeel en een financiële ondersteuning.

2016-12-16T21:22:27+00:00