Dirk Barrez

Dirk Barrez

‘Hoe konden we vergeten dat we de publieke goederen goed moesten beheren? Waarom? Om die commons, van natuurlijke rijkdommen tot open software, altijd opnieuw te kunnen delen.’ Dirk Barrez over meer respect voor het gemeengoed

Visgronden, bossen, internet, genen, vrije kennis en cultuur, het zijn geen privé en geen publieke goederen en toch ongelooflijk belangrijk. Hoe kan het dat we de voorbije eeuwen deze gemeenschappelijke goederen uit het oog verloren? Hoe konden we vergeten dat ze vooral goed beheerd moeten worden. Waarom? Om die commons, van natuurlijke rijkdommen tot open software, altijd opnieuw te kunnen delen. Zeker in deze crisistijden zullen we, naast de staat en de falende markt, opnieuw het belang moeten ontdekken van meer respect voor en betere beheersvormen van dit gemeengoed.

Klassiek en heel bekend is het voorbeeld uit de Middeleeuwen van gronden die gemeenschappelijk bezit zijn, en ook samen worden beheerd en gebruikt. Het is makkelijker om grote weideoppervlakten te omheinen en grote kuddes te hoeden dan dit allemaal afzonderlijk te doen. Evenzo om te bewaken dat iedereen rechtmatig gebruik maakt van de gedeelde weidegronden zonder dat vrijbuiters er al te veel dieren op loslaten en ze door overbegrazing eroderen en verloren gaan. Al dat voordeel gaat verloren met het oprukken van de prikkeldraad, die weinig mensvriendelijke gezel van privatisering en commercialisering van wat eens gemeenschappelijk was. In de 19de eeuw delven een sterke natiestaat en een triomferend kapitalisme het graf van vele commons.

In essentie gaat het om alles wat mensen delen

Er zijn echter ook heel eigentijdse voorbeelden om het belang van de commons te illustreren. Maar eerst een ultrakorte definitie. In essentie gaat het om alles wat mensen delen. Of net iets langer, het zijn hulpbronnen die gemeenschappelijk bezit zijn of gedeeld worden door gemeenschappen? Met dank aan Tine de Moor, professor aan de Universiteit Utrecht.

Van rivieren tot digitale stromen

Keizer Facebook dan, of hoe vandaag het nieuwe gemeengoed van een open en vrij internet ten prooi valt aan de digitale prikkeldraad van grote privébedrijven. Ze dragen dus onterecht de naam sociale media. Het belang van vrije communicatie valt eigenlijk niet te overschatten, zo leert een klein beetje geschiedenis. De menselijke beschavingen hebben zich ontwikkeld langs stromen en rivieren, hun levensaders, hun commons. Ze zijn niet opgehouden hun communicatiekracht uit te breiden, met wegen en kanalen, met spoorwegen, luchtverkeer en snelwegen, met telegrafie en telefonie. Opvallend is hoe we heel sterk het vrij verkeer van personen en goederen zijn gaan waarderen, hoeveel belang we hechten aan het vrij gebruik of delen van communicatiemiddelen. Tegenwoordig krijgen samenlevingen in belangrijke mate ook vorm via virtuele rivieren, dat zijn de digitale netwerken of snelwegen waarover we de jongste decennia beschikken. Je zou het internet als de mondiale digitale hoofdstroom kunnen beschouwen, een nieuwe commons. Meteen stoten we op een probleem. Want de vrijheid van verkeer en van communicatie die we zo vanzelfsprekend zijn gaan vinden, is op internet veel minder gegarandeerd dan men zou veronderstellen.

Een sprookje dat slecht zal eindigen

Facebook, Twitter, LinkedIn, YouTube, Flickr, deze netwerksites zijn in onze samenlevingen meer en meer de rivieren waarlangs we ons maatschappelijk verkeer organiseren… voor privé contacten, voor ontmoetingen allerhande, voor culturele manifestaties, voor sollicitaties, voor maatschappelijk debat, voor de verspreiding van informatie en ideeën, voor petities en sociale strijd. We zien hoe tal van verenigingen, bewegingen, bedrijven, partijen, media, culturele en onderwijsinstellingen deze nieuwe media omarmen en er zich verdringen om aandacht te werven. Er is geen twijfel mogelijk, deze sociale netwerken zijn intussen immens belangrijke publieke ruimten. Facebook bijvoorbeeld telt vandaag meer dan een miljard gebruikers. Dan is het wel onbegrijpelijk dat we van deze sociale netwerken beperkingen zouden aanvaarden op het vrije verkeer van communicatie die we nooit zouden aanvaarden op onze echte stromen, rivieren en wegen.

Almachtige keizer Facebook

Facebook heeft namelijk al meer dan eens pagina’s geschrapt, zonder recht op verweer, zelfs zonder enige uitleg. ook foto’s worden op een arbitraire en zonder tegensprekelijke procedure verwijderd. Kan Facebook eigenmachtig beslissen over de invulling van de publieke ruimte? Staan we echt toe dat keizer Facebook de democratische rechten aan de kant schuift en de republiek afschaft? Dat is heus niet overdreven voorgesteld in een digitale samenleving waarin je toegangsticket tot Facebook beslist of je al dan niet bestaat.

De meeste politici, academici en consumentenorganisaties antwoorden dat Facebook een gratis dienst is van een privébedrijf. En daaraan kan je geen rechten ontlenen. Dat antwoord voldoet niet. Want de parallel met de vrijheid van verkeer op een rivier of op de openbare weg gaat wel degelijk op. Het is nonsens dat een privébedrijf mag vastleggen wie wel en niet mag varen op de rivier. Dat recht komt de samenleving toeDat we zo dom zijn om – net als trouwens in grote mate in de beginperiode van de spoorwegen – deze nieuwe communicatiewegen door privébedrijven te laten domineren, tot daar aan toe. Dat kan altijd nog veranderen overigens. Maar ze vervullen in elk geval, net als echte rivieren en wegen, een gemeenschappelijke delende functie. En dus kan het niet dat zij het absolute recht verwerven om autocratisch te beslissen wie zich wel en wie zich niet op deze wegen mag bewegen, dit laatste zelfs zonder dat daar enige uitleg voor verschuldigd zou zijn. Het is nonsens dat een privébedrijf mag vastleggen wie wel en niet mag varen op de rivier. Dat recht komt de samenleving toe. De parallel met de grote rivieren en stromen op onze aarde gaat nog verder. Hun publieke functie is immers zo markant – net als die van de lucht en van de zeeën overigens – dat we vinden dat zij geen privébezit kunnen zijn.

Zou iemand aanvaarden dat een nazaat van Thomas Edison beslist wie wel of niet op het elektriciteitsnet mag?

Sommigen zullen verstoord reageren op deze suggestie dat Facebook eigenlijk niet in privéhanden kan blijven. Maar is er iemand die zou aanvaarden dat een nazaat van Thomas Edison de uitvinding van elektriciteit nog altijd in privé-eigendom heeft en beslist wie wel of niet op het elektriciteitsnet mag? Dus moeten we ons allemaal die cruciale vraag stellen: mogen sociale netwerksites zich ontwikkelen tot de dominante publieke ruimte – waarin het maatschappelijke debat en dus de democratie zich afspeelt – en die publieke functie privatiseren? Kunnen zij met andere woorden de publieke ruimte van het internet inpalmen en uitoefenen als privaat bezit? En mogen ze daarvan dan een marktplaats maken, ? Als het over een echte rivier of stroom gaat, heeft de samenleving al lang haar antwoord geformuleerd. Dat kan niet. Omdat die ruimte aan iedereen behoort. Omdat de vrijheid van de markt moet inbinden of zelfs eindigt waar ze botst met de rechten van de samenleving en van de democratie.

Zoveel is zeker, ons gemeen goed verliezen is volkomen onverstandig. Het terugwinnen ervan is zonder meer noodzakelijk, of het nu om oude dan wel om nieuwe commons gaat. Die herovering is niet makkelijk. Maar het kan. Want zie, er zijn wel degelijk manieren om ze terug te winnen. Ik vertel u graag van twee voorbeelden die hard aan de weg timmeren, en die me heel vertrouwd zijn omdat ik vanaf de eerste letters mee hun verhaal schrijf. Zowel het initiatief voor een nieuwe coöperatieve bank NewB als de nieuwssite DeWereldMorgen.be namen hun eerste start, ver weg van het grote publiek, in dezelfde maand februari 2009. Ze zijn allebei bedoeld als structurele of systemische antwoorden op respectievelijk de financiële crisis met het verlies van onze gezamenlijke greep op het geld en de mediacrisis met het verlies van onze media commons.

Eerst de media. Niet eens zo lang geleden waren zij grotendeels in handen van de samenleving, van stichtingen, sociale of politieke bewegingen, vakbonden, werkgevers. Nieuws is meer dan ooit koopwaar gewordenZij waren op die manier actief in de maatschappelijke ideeënstrijd en dus in de levende democratie. Verzuilde media vormen niet mijn ideaalbeeld maar het is meer dan nuttig om de evolutie te kennen. Want de jongste decennia zijn de meeste media dus in de handen beland van grote commerciële mediaconcerns. De samenleving raakte ook deze commons kwijt. Nieuws is meer dan ooit koopwaar geworden.

Als in legbatterijen worden journalisten tot maximale knip- en plakproductiviteit en winstgevendheid gedreven. In versneld tempo zijn zij de zeggenschap over hun job en hun media kwijtgespeeld. En zie, alles wat echt belangrijk is, geraakt ondergesneeuwd in die commercialisering. Vele cruciale maatschappelijke thema’s halen amper of niet de huidige massamedia, zeker niet op een consistente wijze. Aandacht voor oplossingen is nog schaarser.

Nochtans is de democratisering van informatie cruciaal om elke burger en vereniging van burgers, en alle sociale bewegingen, in staat te stellen actief en met kennis van zaken deel te nemen aan de samenleving en de democratie. Daarom is het dat overheden en mediabewegingen erover moeten waken dat de samenleving beschikt over onafhankelijke en betrouwbare media. Voorwaarde voor dit alles is dat media ook zelf democratisch functioneren, dat journalisten zowel goed kunnen leven van hun job als hun journalistieke werk op voldoende autonome en dus onafhankelijke wijze kunnen verrichten.

We moeten dus het gemeengoed terugwinnen van echt onafhankelijke media en van autonome bewegingsmedia die de noodzaak van verandering aanvoelen. Die media selecteren en jagen het echt belangrijke nieuws na, stellen de cruciale vragen en vormen de motor van het publieke debat over onze belangrijkste uitdagingen en de oplossingen daarvoor. Zij zullen de volgende jaren het medialandschap fors hertekenen en opnieuw democratiseren. Er is één cruciale voorwaarde. Die media moeten in handen zijn van hun journalisten, en gedragen zijn door de samenleving. Met de nieuwsbrief en website PALA.be waren en zijn we daar al mee bezig sinds 2001. Met DeWereldMorgen.be reiken de ambities hoger: uitgroeien tot een onafhankelijk en autonoom algemeen nieuwsmedium voor een sociale, ecologische en democratische samenleving en economie. Een commerciële mediagroep heeft er niets te zeggen. Het is de samenleving die zorgt voor heel veel journalistieke inbreng. Meer dan 300 burgerjournalisten zorgden in 2012 elk voor meer dan één bijdrage. En de samenleving verzekert mee het materiële bestaan door steun vanwege tientallen organisaties en nu al honderden individuele steungevers, en deels ook via overheidssubsidies. Die zijn overigens heel beperkt in vergelijking met de 350 miljoen euro die de commerciële media krijgen. En wat met de lezers? In 2012 waren ze met meer dan 1,4 miljoen om de nieuwssite te bezoeken. Dat was opnieuw een sterke groei van ditmaal 35 procent. We hadden als doelstelling om na drie jaar 125.000 unieke bezoekers te halen per maand. Dat doel wordt ruim gehaald. In januari 2013 telden we voor het eerst 200.000 unieke bezoekers, in mei zelfs meer dan 250.000 en in oktober bereikt DeWereldMorgen.be 275.000 verschillende mensen.

dirkbarrez00

Dan de bank. Daar is het terugvechten om terrein te heroveren voor een nieuwe coöperatieve bank cruciaal voor onze toekomst. Nog meer bankencrisissen en fantoombankieren kunnen we niet verdragen. We mogen de roofridders van het financiële kapitalisme gewoon niet toestaan om de economie, de samenleving, de democratie en de planeet om zeep te helpen. Die opdracht om opnieuw greep te krijgen op ons geld is haalbaar maar toch moeilijker. Dat is eenvoudig te begrijpen. Kijk naar de kapitaalbehoefte. Met 50.000 euro kun je een nieuw algemeen medium te starten. Er zijn niet zoveel belangrijke economische sectoren waar je met zo weinig kapitaal toch kunt ambiëren om uit te groeien tot een regimespeler. En voor de bank? Daar is meer dan 50.000.000 voor nodig. Dus meer dan een factor 1000 verschil. Daarenboven zijn er veel strengere spelregels en instellingen die je al dan niet toelaten om beroep te doen op het spaarwezen of al dan niet een banklicentie toekennen. Maar niets dat echt mag afschrikken. Na een voordracht die ik geef over het boek ‘Van eiland tot wereld’, rijpt dus toch het idee om de utopie van een andere bank ook echt te realiseren, allereerst op café, bij de eerste twee initiatiefnemers, later bij vijf, en bij nog meer, ook in het Franstalige landsgedeelte. We willen een bank gedragen door oude en nieuwe sociale bewegingen en door een snel groeiende kring van vele duizenden klanten-coöperanten. Het enthousiasme raakt nooit verloren, maar zeker in 2010 vordert het project maar moeizaam. Het overtuigingswerk voor een project dat bij vele bewegingen en organisaties als (te) ambitieus overkomt, vergt tijd. Uiteindelijk lukt het om op 6 mei 2011 met vierentwintig organisaties de Europese coöperatieve vennootschap NewB op te richten. Samen willen ze de oprichting van een nieuwe coöperatieve bank voorbereiden, om ze ook effectief op te richten als het mogelijk blijkt, ‘een bank van hier, voor ons, van ons’. Die stap garandeert echter niet dat het project voldoende vaart krijgt. Al in de zomer laat ik namens Global Society weten dat het sneller moet omdat het nog altijd minstens even sterk rommelt op de financiële markten. Als enkele maanden later een nieuwe financiële crisis Dexia helemaal over kop gaat en zowel de Gemeentelijke Holding als Groep Arco onderuit haalt, ben ik meer dan kwaad omdat we niet klaar zijn met onze nieuwe bank door de afwachtende houding van al te veel betrokkenen. Die werkelijkheid op tafel gooien is één, er ruzie over maken heeft geen zin. Dus is er de keuze en het pleidooi om het middenveld veel meer in beweging te trekken door over de band te spelen en rechtstreeks naar de burgers te stappen. Zondagochtend 24 maart 2013 is het eindelijk zover, de NewB campagne wordt afgetrapt in het Stripmuseum in Brussel. Het doel is om in 100 dagen minstens 10.000 coöperanten te winnen. Heel snel blijkt dat het wonderwel lukt. Zondagavond reeds staat de teller op 1800. NewB weet in achtenveertig uur de beoogde 10.000 coöperanten te winnen, en meer dan 20.000 in zesennegentig uur. Het is een gedroomde bliksemstart die iedereen verrast, ook de initiatiefnemers. Ze illustreert vooral hoe sterk de bedding in de samenleving is die verlangt naar echte alternatieven, naar het herwinnen van de greep op het geld om een duurzame economie en een goede samenleving te kunnen bouwen. Aan de coöperatie NewB om de komende jaren te bewijzen dat ze dat kan waarmaken. Op zaterdag 6 juli, internationale dag van de coöperaties, zeggen 1.100 NewB coöperanten alvast enthousiast ‘ja’ op de vraag: gaan we verder om onze bank op te richten? Nog altijd blijft de weg lang, maar de zekerheid groeit dat in 2015 onze andere bank echt zal bestaan. Aan elk van ons om ervoor te zorgen dat ze echt participatief, echt transparant en echt sober is; en dat ze voluit in dienst staat van de reële economie, een economie die sociaal, ecologisch en democratisch is. Want daarvoor hebben we ze nodig. Sta me deze oproep toe, creëer zo snel mogelijk in de Kempen een sterke dynamiek rond NewB met meer coöperanten en meer coöperanten-ambassadeurs uit de regio. Waarom? Om uit te denken wat die bank best moet doen, en wat jullie ervan verwachten, opdat NewB er mee voor kan zorgen dat het ook in de toekomst goed leven is hier. Want NewB moet de bank van de coöperanten zijn en hun economie steunen.

Om de enorme kracht van coöperaties te ontdekken moeten we in het buitenland zijn. Zij vormen de beste stimulans om ook in onze regio, in ons land grootse dingen te doen, of beter, te doen wat moet.

Het succes van de Desjardins bank

Alphonse Desjardins ontdekte het voorbeeld van succesvolle volksbanken in Europa, onder andere de Raiffeisenbanken in Duitsland en Zwitserland. Hij slaagde erin om in zijn thuisstad in Québec een gelijkaardige dynamiek op gang te krijgen. En voor al wie zou denken dat de zaken vroeger traag vorderden, vergeet het. Op 6 december 1900 stichtten ze hun coöperatieve bank en amper anderhalve maand later, op 23 januari, ging ze open. Vandaag telt Desjardins 400 lokale kredietcoöperaties, zeg maar lokale coöperatieve banken, die bijna 5,6 miljoen leden verzamelen. Deze coöperatie is uitgegroeid tot grootste financiële instelling van Québec en de zesde grootste van Canada.

En ook al is kritiek mogelijk en nodig, jawel onder andere op de miljoenenvergoeding van de topvrouw, Desjardins maakt wel degelijk verschil in positieve zin. Dit is een veilige bank en een rendabele bank. Moet het gezegd? Canada is een land waar coöperaties thuis zijnEen heel verschil met vele grootbanken. Het vele geld dat Canadezen toevertrouwen aan Desjardins wordt effectief ingezet voor de reële economie. Meer nog, 40 dienstencentra ondersteunen het bedrijfsleven in Québec, de bank investeert zelfs rechtstreeks in bedrijven, en er is een speciale ploeg om de duurzame ontwikkeling van de 3.300 coöperaties in de provincie te ondersteunen.

Kan het verbazen? Canada is een land waar coöperaties thuis zijn. En waar ze fier zijn om zich ook als dusdanig te manifesteren in het straatbeeld. Voor tal van zaken kan je er terecht, om te tanken, voor de dagelijkse boodschappen, kampeergerief, geldzaken, kunstwerken… Coöperaties doen nog veel meer, want dat is het resultaat als meer dan 17 miljoen Canadezen – de helft van de bevolking – er het grote nut van inzien om zich te verenigen in zowat 8.500 coöperaties. Samen zorgen ze zo voor betaalbare huizen, landbouwers die kunnen overleven, hernieuwbare en fossiele energie, telecommunicatie, de leefbaarheid van afgelegen streken, verzekeringen, eerlijke handel, kinderopvang, begrafenissen, gezondheidszorg, noem maar op. Wel 100.000 vrijwilligers leiden dit alles in goede banen. En ze doen dat uitstekend want de overlevingsgraad van hun coöperaties is dubbel zo groot als die van klassieke bedrijven.

Zwitserland, verbazend anders

Je hoeft maar tot in Zwitserland te reizen om een land te ontdekken waar niet Carrefour, Aldi of Lidl de grootste supermarktketens zijn, maar wel Migros en Coop. Tegelijk is Zwitserland het land waar biologische producten, streekproducten en fair trade meest worden verkocht. Hier halen tal van artikels met een sociaal of ecologisch duurzaamheidslabel de grootste marktaandelen. Het heeft alles te maken met de heel eigen koers die de coöperatieve supermarktketens Coop en Migros kunnen varen en daadwerkelijk ook varen; en met hun ongelooflijke kracht die in staat is Carrefour in het zand te doen bijten, en Aldi en Lidl af te houden. Coop telt zo maar eventjes 2,9 miljoen leden, Migros 2,1 miljoen. Samen halen ze een indrukwekkend marktaandeel van 70 procent in voeding en drank. Hun activiteiten lopen van supermarkt en bank tot restaurant en museum voor moderne kunst, en nog veel meer. Allebei zijn ze bijna drie maal zo groot als Colruyt wat ze tot de grootste privéwerkgevers met 75.000 en 85.000 werknemers maakt.

Bij Coop is het de uitdrukkelijke ambitie om wereldkampioen duurzaamheid te zijn. En bij Migros willen ze niet onderdoen, en wijzen ze op hun al heel vroege pioniersrol – al tientallen jaren geleden – in bijvoorbeeld biologische producten, loodvrije benzine of wasmiddel zonder fosfaat. De eigen voetafdruk verminderen: van CO2 neutraal tot een eigen spoorbedrijf. Conclusie, de Zwitserse consumentencoöperaties zetten hun economie en samenleving fors mee op het spoor van een duurzame economie.

Mondragon, waar werknemers de baas zijn

In moeilijke omstandigheden, zelfs met een gedwongen stopzetting van de grote coöperatie Fagor, scheppen de ruim 120 coöperaties van Mondragon nu al meer dan 80.000 jobs. Ze zijn dikwijls gedreven door spitstechnologie, produceren en exporteren de wereld rond, de werkloosheid is er het laagst van Spanje en in dit alles zijn de werknemers de baas. Een medewerker betaalt als toegangsticket tot zijn of haar coöperatie gemiddeld zowat 15.000 € kapitaal. De werknemers zorgen voor hun eigen kapitaal, meteen de sleutel om hun bedrijf te controleren. Redenen genoeg voor een steeds grotere belangstelling uit vele regio’s. En te zoeken naar de sterke punten van Mondragon.

De kracht van innovatie is er echt geen loos begrip. Ze tellen veertien coöperaties voor onderzoek en ontwikkeling en zijn heel actief in nieuwe economische sectoren. Zo produceren ze geen zonnepanelen, wel bouwen ze de machines waarmee zonnepanelen worden vervaardigd. Ze tonen ook hun talent om gemengde coöperaties op te zetten waarvan bijvoorbeeld zowel de werknemers als de klanten de vennoten zijn, dat is zo bij de bank en de supermarktketen.

Onmiskenbaar is de kracht van onderwijs die zich vertaalt in technische school, in de band leren-werken, in een universiteit, in de vele research. De eigen sociale zekerheid komt bovenop de officiële en is een sterke hefboom voor de soms noodzakelijke herverdeling van het werk, onder andere met vormings- en herscholingsprogramma’s. Een cruciaal punt is dat de coöperaties en hun coöperanten beschikken over eigen kapitaal en over hun eigen bank.

In november 2013 incasseren de Mondragon coöperaties een opdoffer, de belangrijke coöperatie Fagor ziet zich verplicht het faillissement aan te vragen. Dan blijkt duidelijk hoe het Mondragon model zelfs in zulke zware crisis een groot verschil maakt in vergelijking met het Dexia faillissement of de sluiting van Ford Genk. Want niemand kan ervan uitgaan dat er nooit economische activiteiten zullen worden stopgezet. Fagor is lang geholpen door de andere coöperaties, met overname van werknemers bv. Maar hoe dom is het niet om als één schip kapseist, nog honderd andere tot zinken te brengen?

Natuurlijk zijn er felle en bitse discussies gevoerd over het afwegen van het eigen overleven en de groepssolidariteit. Bij Dexia of Ford Genk kunnen dergelijke discussies zelfs niet eens plaatsgrijpen. Ons dominante economische model is dat van de middeleeuwse stad. Als het brandt, gaat niet één huis maar wel de halve stad eraan. Dat laatste ingeval van een allesverwoestende financiële crisis. Wie de 21ste eeuwse economie wil laten leven, kan maar beter het coöperatieve model laten heersen. Ook en zelfs vooral in crisistijden zijn echte coöperaties heel weerbarstig en veel beter gewapend om terug te vechten en te overleven.

Wat valt er nu te leren?

Puur economisch en bedrijfsmatig zijn coöperaties de duidelijke winnaars, het zijn sterkere overlevers dan klassieke bedrijven. Wie klant-coöperant is bij coöperaties of er zaken mee doet, halveert zowat de kans om met een falend bedrijf geconfronteerd te geraken. Nog gelukkiger daarover zijn de werknemers-coöperanten die veel zekerder zijn van hun job en inkomen. Dat is zoveel te meer het geval omdat coöperatieve bedrijven beduidend sterker dan beursgenoteerde bedrijven ingebed zijn in de lokale economie en de werkgelegenheid niet voortdurend verhuizen naar waar arbeid het goedkoopst en het minst beschermd is. Omdat ze zich focussen op de reële economie zijn speculatie en financiële zeepbellen blazen niet hun ding, net wat we nodig hebben om te ontsnappen aan nog eens een tsunami van een financiële crisis. We constateerden met enige verbazing dat heel grote coöperaties zelfs bij machte zijn om door hun pure marktmacht de economie in de richting van meer duurzaamheid te sturen. En zelfs al is de zeggenschap van coöperanten niet altijd even sterk of overtuigend, toch is economische democratie in vele coöperaties wel degelijk aanwezig en tevens een motor en garantie van hun duurzame succes… terwijl democratie meestal volledig ontbreekt in het gewone bedrijfsleven.

We bouwen structuren om er kwaad op te kunnen zijn

Van Desjardins in Canada en Coop in Zwitserland en Italië, van Mondragon in Spanje en overal ter wereld, van Brazilië tot India, tonen coöperaties dat ze als geen ander succesrijk kunnen ondernemen, voor meer jobs zorgen dan multinationals en nog meest ecologisch te werk gaan ook. Zullen we dan eindelijk volop de kansen grijpen om met coöperatieve bedrijven de crisis te lijf te gaan, om mens, werk en economische democratie voorrang te geven op winstzucht en speculatie? Want wat helpt het te roepen dat het neoliberalisme faalt als we geen alternatieven hebben om van onderop economie te maken, zo krachtig dat ze uiteindelijk het financieel kapitalisme verdringen?

Natuurlijk zullen ze ons soms ontgoochelen en af en toe falen, vooral als coöperanten niet voldoende waakzaam zijn. Maar we moeten de structuren bouwen van morgen, om er kwaad op te kunnen zijn. Want zonder zijn we niets. Dan kunnen we alleen maar janken van onmacht.

 

Dirk Barrez, 5 december 2013

Dirk Barrez

is mede-initiatiefnemer van NewB, nieuwe coöperatieve bank in oprichting, en van DeWereldMorgen.be. Hij was ruim 20 jaar tv-journalist en reportagemaker voor VRT en is hoofdredacteur van PALA.be. Hij is de auteur van 13 boeken waaronder van Verontwaardiging naar Verandering en de trilogie Ik wil niet sterven aan de XXste eeuw, De antwoorden van het antiglobalisme en Van eiland tot wereld. Appèl voor een menselijke samenleving.
In januari 2014 verschijnt van hem een nieuw boek Coöperaties. Hoe heroveren we de economie?, over de kracht van coöperaties om antwoorden te bieden op de vele crises die onze wereld treffen – meer info verschijnt op www.pala.be

2016-12-16T21:22:27+00:00