Sociaal-cultureel werk: “Kwaliteitsvol knutselen”

Jef Van Eyck, Vormingplus Kempenaar van het eerste uur, zet een punt achter zijn levenslange loopbaan als vormingswerker, of als ‘knutselaar aan de samenleving’, zoals hij zijn job nog het liefst omschrijft. Met Guy Redig, professor Educatiewetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel, en Liesbeth De Winter, algemeen secretaris bij beweging.net, blikt hij terug én vooruit op de verwezenlijkingen en de uitdagen van de sociaal-culturele sector.

Sociaal-cultureel werk gisteren, vandaag en morgen

Plaats van ontmoeting is Hert in Turnhout. Het hoogst gelegen klasserestaurant in de provincie Antwerpen is de uitgelezen plek om één en ander met een helikopterzicht te bekijken. Zoals bijvoorbeeld het karakter en de identiteit van Vormingplus Kempen.

Jef Van Eyck: “Om te begrijpen wat Vormingplus Kempen precies is, moet je de voorgeschiedenis kennen. Vormingplus ontstond toen verschillende vormingsinstellingen gedwongen werden te fuseren. Maar in deze regio was er in feite maar één speler actief op dat veld: Elcker-Ik. Elders in Vlaanderen vonden fusies plaats en moesten verschillende organisaties in mekaar gepast worden om een Vormingplus te vormen. Bij ons niet. In de Kempen kon Elcker-Ik naadloos overgaan in Vormingplus Kempen. Dat zorgde ervoor dat ook het dna van Elcker-Ik bewaard bleef en dat we tot op de dag van vandaag nog anders zijn. We nemen een unieke positie in en ik ben daar blij om.”

Het opbouwwerk-gen

[/media-credit] Guy Redig: “De relatie met de hogere overheid is de laatste jaren verslechterd. Ik zie het beleid veranderen. Politici worden minder communicatief. De discussie of de dialoog verdwijnt.”
Guy Redig: “Jullie zijn het opbouwwerk trouw gebleven. Dat zat in het dna van Elcker-Ik en het overleeft prima in het dna van Vormingplus Kempen. Het werk op het veld is jullie sterkte. Daarin onderscheidt de Kempense Vormingplus zich van het nog resterende opbouwwerk, dat vaak ‘verwelzijnd’ is, soms tegen wil en dank. Of  van andere volkshogescholen die soms wel verzanden in “voel je goed in je vel” cursussen. Welzijnswerk betekent meestal de bestrijding van ‘onwelzijn’ Jullie praktijk werkt helemaal anders. Vormingplus Kempen organiseert zelf geen cursussen, maar stelt zijn professionaliteit ter beschikking van mensen die rond een bepaald thema iets willen opbouwen of die zich willen engageren.

Vormingplus Kempen coacht en stimuleert die mensen, zonder dat de beroepskrachten er zwaar op wegen. Het moet die functie van cultureel opbouwwerk vooral behouden, want daar is nood aan. Eventjes zag het er naar uit dat de gemeentebesturen dit gedeeltelijk zouden overnemen. Denk maar aan de opkomst van de jeugdconsulenten en de cultuurwerkers. Maar de ambtenaren blijken het echte veldwerk toch niet op zich te (mogen) nemen. Vormingplus Kempen doet er dus goed aan deze variant van opbouwwerk, op het terrein, hoog in het vaandel te blijven voeren. Daar ligt de toekomst. Ik denk zelfs dat er een symbiose kan ontstaan met ‘klassieke’, en dat is zeker niet kleinerend bedoeld, sociaal-culturele organisaties die graag meer aan opbouwwerk willen doen. Die mogelijkheden tot samenwerking of kruisbestuiving zouden eens verkend moeten worden.”

Ruimte voor experiment

Liesbeth De Winter: “Vormingplus Kempen bewijst dat er binnen de opgelegde regels van het nieuwe decreet toch nog de vrijheid is om keuzes te maken en een eigen koers te varen. Ik snap wel dat de overheid de sector wil controleren en dat ze belang hecht aan efficiëntie. Maar daar schuilt ook een gevaar in. Sociaal-cultureel werk moet ook de ruimte blijven krijgen om te experimenteren. En het is eigen aan experimenten dat ze soms mislukken.”

Guy Redig: “Heel juist. Soms worden de verkeerde meetinstrumenten gebruikt om succes te meten. Het proces is minstens even belangrijk dan het product. Mensen bijeenbrengen rond een bepaald thema blijkt even waardevol dan het uiteindelijke resultaat. Het gaat om het engagement, om de energie die mensen vrijblijvend ergens willen in steken. En dat het dan gaat om het uitwisselen van collecties sigarenbandjes of om het verbeteren van de lokale mobiliteit, vind ik van ondergeschikt belang.

Laat me dat verduidelijken met een voorbeeld. Als je muziek wil spelen, kan je naar een muziekacademie stappen om notenleer te volgen en een instrument te leren spelen. Helemaal anders kan je  naar de fanfare gaan of een bandje oprichten, en al proberend en experimenterend muziek maken. Daar gaat het eigenlijk over. Het ene is niet slechter dan het andere, maar het zijn twee totaal verschillende zaken, die elkaar vaak mooi aanvullen.”

Invloed op de samenleving

Jef Van Eyck: “Het samenbrengen van mensen rond maatschappelijke thema’s is inderdaad de kern van het sociaal-cultureel werk. Maar uiteindelijk wil je toch ook een invloed uitoefenen op de beleidsmakers. Met TransLab K promootte Vormingplus Kempen tientallen transitie-initiatieven in de regio en zette ze letterlijk op de kaart. Dat is erg waardevol, maar op het einde van de rit wil je ook wel dat het transitieverhaal de lokale politici bereikt en dat ook zij er op de ene of andere manier door getriggerd worden. TransLab K legde daarom bijvoorbeeld een bus in voor burgemeesters en schepenen en bezocht met hen een tiental transitieprojecten.”

Guy Redig: “De relatie met de overheid is zeer belangrijk. En ik hoop dat ik me vergis, maar ik heb de indruk dat die relatie, vooral met de Vlaamse overheid, de laatste jaren verslechterd is. Ik zie het beleid op veel cruciale eigenschappen veranderen… niet ten goede. Politici worden minder communicatief. De discussie of de dialoog verdwijnt. Ik merk ook dat, op een venijnige slopende manier, de voegen geslepen worden uit wat er de laatste decennia verwezenlijkt is. Op alle vlakken, en zeker ook inzake vormingswerk. Misschien staan we nu wel voor een afgrond?”

Mensen grip geven

Liesbeth De Winter: “Daar ligt juist de kracht van het sociaal-cultureel werk. We leven in een tijd waar mensen geloven dat alles boven hun hoofden beslist wordt, dat ze geen grip hebben op wat er gebeurt en dat ze daar niks aan kunnen veranderen. Organisaties als Vormingplus Kempen tonen aan dat het tegenovergestelde waar is. Onderschat de kracht van de kleinschaligheid niet. Samen veranderen de honderden kleine, lokale projecten die er in Vlaanderen zijn, wél iets.”

Jef Van Eyck: “Veel hangt af van hoe je de overheid benadert. Ik heb zelf met schade en schande geleerd dat je niet veel bereikt met het conflict op te zoeken en de overheid verwijten te maken. Het is veel beter om hen proberen mee te trekken in jouw verhaal en ze er warm voor te maken.”

Veelbelovend genoeg?

Guy Redig: “Met azijn vang je geen vliegen. Maar de ene politicus zal vatbaarder zijn voor je verhaal dan de andere. Er zijn politici die de spot drijven met de kleinschalige transitiebewegingen, net zoals er politici zijn die ervan overtuigd zijn dat je met veel kleine schopjes een berg kan verzetten. Daar draait het om: geloof je in het sociaal-cultureel werk, of niet? Dat is de vraag die de sector aan de overheid moet stellen: vinden jullie ons werk veelbelovend genoeg om ons daar de nodige middelen voor te geven zonder een resultaatverbintenis? Of vinden jullie het allemaal maar goedbedoeld hobbyisme dat nergens toe leidt?”

De vertaling van engagement

Liesbeth De Winter (rechts op haar tweet): “Ik snap wel dat de overheid de sector wil controleren en dat ze belang hecht aan efficiëntie. Maar sociaal-cultureel werk moet ook de ruimte blijven krijgen om te experimenteren.”

Liesbeth De Winter: “Ik ben wat dat betreft hoopvol. Ik zie vooral positieve mensen om me heen, en niet in het minst de jongeren. De jeugd is geëngageerd. Dat engagement is niet meer te vergelijken met dat van enkele decennia geleden, toen het niet abnormaal was dat men levenslang lid was van een van de grote bewegingen, zoals pakweg KWB of KVLV. Tijden veranderen: de engagementen zijn wellicht minder duurzaam nu, maar da’s niet erg. Ze zijn er en ze zijn talrijk! Het beleid moet dat ook inzien, en zijn verantwoordelijkheid durven nemen, los van wat cynici daarover denken.”

Guy Redig: “Dat veronderstelt dan wel dat je politici hebt die geloven in het sociaal-cultureel werk. Maar er zijn er anderen. Ik deel je mening dat het engagement van vele duizenden mensen op alle mogelijke terreinen bloeit en bewonderenswaardig is, maar dat heeft zich nog niet vertaald in meer en vernieuwde politieke aandacht. Het is zeker dat het sociaal-cultureel werk leidt tot beter burgerschap… maar creëert dat ook meer sociaal geëngageerde politici?”

Liesbeth De Winter: “Ik ben daar zeker van!”

Guy Redig: “Ik ben pessimistischer. Ik heb mijn studenten een lokale politicus laten interviewen. Ik heb in 90 interviews weinig méér kunnen lezen dan clichés die dertig jaar geleden ook al gebruikt werden.”

Jef Van Eyck: “Ik denk dat je de vraag moet omdraaien. Het is niet per se zo dat een jeugdbeweging of ander sociaal vormingswerk ervoor zorgt dat er betere politici gevormd worden. Maar omgekeerd geldt wel dat de goeie politici bijna altijd bij een jeugdbeweging of een andere organisatie geweest zijn. Anders gezegd: als je maatschappelijke talenten hebt, heb je die talenten ergens ontwikkeld.”

La deuxième gauche

Guy Redig: “Wat ik in de Belgische politiek mis, is wat men in Frankrijk ‘la deuxième gauche’ noemt of in Amerika het communitarisme: een beweging die los staat van de oubollige 19de eeuwse politieke families, die gelooft in de kracht van de gemeenschap én de individuele burger. Een sterke samenleving is pas mogelijk als je sterke individuen hebt. En een krachtige samenleving investeert prioritair in mondige, geëngageerde burgers. Die twee zijn mekaars oorzaak én gevolg. Ze vormen een gesloten cirkel. Ideologisch is dat exact wat het sociaal-culturele veld doet: de mensen en de samenleving gelijktijdig versterken.”

Liesbeth De Winter: “Zo komen we inderdaad tot sterk maatschappelijk leiderschap op alle domeinen: niet alleen in de politiek, maar ook in de bedrijfswereld en het verenigingsleven.”

Guy Redig: “Het is van het grootste belang dat organisaties als Vormingplus Kempen blijven geloven in de maakbaarheid van de samenleving, en daaraan blijven knutselen.”

Jef Van Eyck: (lacht) “Het woord is gevallen: knutselen! Als men mij vroeg wat mijn werk was, antwoordde ik altijd dat ik aan de maatschappij knutsel.”

Guy Redig: “Ik ben ook fan van dat woord, op voorwaarde dat men er geen geklungel onder verstaat. Je kan ook met heel veel kwaliteit knutselen. Vormingplus Kempen is daar het levende bewijs van.”

tekst   Roel Sels    |     foto’s    Marc Vervoort
Back to top button

Onze website gebruikt cookies om jouw bezoek aan onze website te verbeteren. Klik op de schuifknop om je voorkeuren op te slaan of aanvaard al onze standaard-cookies.

Cookie-instellingen

Hier kan je aankruisen welke cookies je al dan niet wil toelaten. Klik op de bewaarknop om je keuzes te bewaren.

Functionele cookiesDeze cookies zijn minimaal nodig om de website goed te laten werken.

Statistische cookiesDie brengen, volledig anoniem, jouw gebruik in kaart voor analyse en onderzoek. Dat gebeurt o.a. geanonimiseerd voor Google Analytics.

Sociale mediakoppelingenDie zorgen voor een optimale wisselwerking met sociale media zoals Youtube, Twitter, Facebook of Instagram.

AdvertentiecookiesDie gebruiken we normaal niet.

Andere cookieszoals bijv. die van Publiq om de UiT-agenda te laten werken