“Ik ben blij dat er ‘s avonds Terzake nog is”

“Ik ben blij dat er ‘s avonds Terzake nog is”

MarcelEen sociaal iemand. Zo omschrijft Marcel Geenen zichzelf. Dankzij een druk verenigingsleven is hij de eenzaamheid te snel af. Al moet hij zich daarvoor wel inspannen. ‘Je moet betrokken blijven’, raadt hij zijn leeftijdsgenoten aan.

De 76-jarige Marcel Geenen loopt op het eerste gezicht wat verloren op een studiedag over eenzaamheid. Als lid van de seniorenraad in Arendonk houdt hij er een erg druk sociaal leven op na. ‘Ik help mee met de organisatie van de linedanceclub, ga vaak wandelen en fietsen met enkele vrienden en drink regelmatig een pint op café’, somt hij enthousiast op.

Na de dood van zijn vrouw Hilda, elf maanden geleden, koos hij resoluut voor het verenigingsleven in de Kempense gemeente. ‘Toen mijn vrouw ziek was, durfde ik haar niet goed alleen laten. Ik kwam minder buiten. Nochtans wilde zij niet dat ik me opsloot, maar ik was bang dat ze zou vallen.’

De gsm bracht redding voor het kinderloze koppel. ‘Daardoor kon ik altijd met haar in contact blijven en toch buitenkomen.’

De dagen van Marcel zijn bijzonder goed gevuld. Van maandag tot vrijdag toch, want in het weekend valt er voor hem werkelijk niets te beleven. ‘Dan zie je alleen maar jonge koppeltjes op straat wandelen.’ De kwieke zeventiger gaat dan maar alleen op restaurant. ‘Maar niet hier in Arendonk. De mensen staren me toch maar aan, alsof ik zielig ben Ik heb enkele vaste adresjes in Mol en Dessel waar ik in alle rust kan eten.’

Op het platteland gaan ‘s avonds de luiken dicht. Veel vrienden krijgt Marcel niet over de vloer. ‘Ik kom mijn avonden door dankzij de televisie. Ik ben erg dankbaar dat die er is. Ik kijk geen flutshows maar actualiteitenprogramma’s zoalsTerzake enPauw & Witteman.’

Marcel woont al vier maanden in een serviceflat. Buren heeft hij niet. In het complex van tien flats staan er negen leeg, tot zijn grote spijt. ‘Goede buren zijn erg belangrijk. De serviceflats hebben een gemeenschappelijke ontmoetingsruimte. Het zou plezant zijn mochten daar ‘s ochtends een paar mensen zijn om een babbeltje mee te slaan, maar dat is dus niet het geval.’

Gelukkig kan hij af en toe met de woonassistente grapjes maken.

Marcel fietst nog overal naar toe. ‘Ik heb ook een rijbewijs, maar mijn auto blijft vaak weken in de garage. Het is genoeg voor mij om te weten dat ik hem kan gebruiken in geval van nood.’

Bankje doet wonderen

Wat raadt hij oudere mensen aan die zich eenzaam voelen? ‘Veel hangt van jezelf af. Het is heel jammer als je in niets meer interesse hebt, als je jezelf afzondert. Je moet betrokken zijn.’

Na het overlijden van zijn vrouw had hij het ook even moeilijk. ‘Ik heb mezelf moeten herpakken. Met binnen te zitten, kreeg ik haar niet terug. Pas op, ik ben haar niet vergeten.’

Ook de gemeente kan het verschil maken volgens Marcel. Enkele eenvoudige ingrepen volstaan. ‘Zet bijvoorbeeld een bank op een centraal punt in het dorp, waar iedereen een babbel kan doen.’

De drukbezette zeventiger gaat prat op zijn goede gezondheid. ‘Daardoor kan ik nog van alles doen.’ Gevraagd naar zijn toekomst, haalt hij de schouders op. ‘We zullen wel zien. Ik merk in mijn omgeving in ieder geval dat het heel belangrijk is om lang actief te blijven.’

Dit artikel verscheen op 26 juni 2013 in

dest

2013-06-26T15:25:06+00:00