Bruggen slaan

Bruggen slaan

Hoe betrek je in je werkveld collega’s, diensten, besturen, verenigingen,…? Hilde Plas, Gert Philippeth en Dirk Habils voerden een panelgesprek onder leiding van Katrien Lodewyckx.

wat is er veranderd na het decreet en wat is behouden?

Hilde: De middelen voor lokaal cultuurbeleid zijn overgeheveld naar het gemeentefonds. De taakomschrijving, het uitvoeringsbesluit, de subsidiëring in bovenbouworganisaties en de subsidiëring voor intergemeentelijke samenwerking zijn nog wel behouden. Het is opvallend dat er niemand in de Kempen inzet op de subsidiëring van intergemeentelijke samenwerking. Overleg en inspraak via de cultuurraden blijven behouden, want dit zit in het federale cultuurpact. Bepalingen over het streekgericht bibliotheekbeleid staan op de helling door de overheveling van provinciale bevoegdheden en middelen.

Volgens Gert schept het decreet veel kansen. Cultuurdoelstellingen worden nu ingebed in een breder stedelijk plan, met als gevolg dat je wordt gedwongen intersectorale gesprekken aan te gaan.

Hoe bruggen slaan met andere sectoren?

Gert: Eerst dien je na te gaan wat je precies als cultuur beschouwt, dat is het uitgangspunt. Je definitie van cultuur moet je lokaal bepalen en vertrekken van de dagdagelijkse realiteit. Een brede definitie van cultuur zorgt voor een waaier aan mogelijkheden tot samenwerkingen met andere diensten. Inspelen op de plaatselijke agenda van burgers en verenigingen is erg belangrijk. In Genk werd er bijvoorbeeld een vertelfestival georganiseerd, waarbij de invulling in elke wijk verschillend was. Er was sprake van zowel een procesresultaat op wijkniveau als een productresultaat (het vertelfestival).

Volgens Gert is het enorm belangrijk om gebruik te maken van elkaars netwerk. De truc is om te vissen in andere vijvers. Wees vooral niet de cultuurmissionaris, dat werkt niet. Als cultuurwerker dien je in te spelen op de agenda van anderen, het procesresultaat is belangrijker dan het productresultaat.

Is er nog voldoende financiële ruimte voor de cultuurbeleidscoördinator?

Hilde: Tot nu toe zijn er nog geen moeilijkheden, de investeringen worden uitgevoerd die voordien zijn vastgelegd. Vandaag de dag zijn er wel op alle terreinen besparingen. Keuzes worden gemaakt vanuit een clustergegeven, vanuit een managmentsdenken dat economisch geïnspireerd is. In warmere gemeenten vertrekt  men meer vanuit  het sociaal oogpunt. De schaalgrootte van de gemeente speelt dus weinig rol, maar de keuze van een bestuur is cruciaal.

Is er nog financiële ruimte voor nieuwe ideeën in het globale meerjarenplan?

In Genk werkt men vanuit een visie van horizontaliteit, waarbij participatie en co-creatie met verschillende sectoren een verbindend en versterkend effect hebben. Het idee van ‘samen stad maken’ is in Genk stevig ingebed, wordt volledig politiek gedragen en aangestuurd vanuit cultuur, sociale zaken en stadsbeleid. Cultuur is zeer waardevol in een heel diverse samenleving als Genk, omwille van het verbindend aspect. Het gaat erom dat je de relevantie van cultuur laat binnenfietsen in andere sectoren.

Het beleidsbeïnvloedend vermogen van de ambtenaar is erg groot. De schepen is eigenlijk je medestander, als je hem de kans geeft om te schitteren (politieke aspect), dan zal hij/zij snel met je mee in zee gaan.

Denken jullie dat het in andere gemeenten ook zo gemakkelijk is om samen te werken met andere diensten?

Volgens Hilde heeft Genk een goede biotoop voor de samenwerking met het middenveld, de randvoorwaarden liggen er gunstig. Ook ziet ze een zekere evolutie in samenwerkingen binnen andere gemeentes. Er is bijvoorbeeld een groeiende toenadering tussen cultuurbeleid, vrije tijd en sociaal beleid, maar ook tussen cultuur en buitenschoolse kinderopvang.

Dirk: Cruciaal bij onze manieren van samenwerken in Genk is de ‘mindset’ van ambtenaren. Het gaat erom dat mensen breed genoeg kunnen kijken en het analytisch vermogen hebben om dwarsverbindingen te maken. Als organisatie moet je daarin groeien.

Hoe bouw je bruggen tussen diensten die niet zo vanzelfsprekend zijn?

Gert sluit zich aan bij de visie van Professor de Rynck, die spreekt van ‘tussenruimten’. Hier is het belangrijk te wisselen van perspectief. Je bekijkt je eigen gemeentelijke werking niet vanuit je eigen perspectief, maar vanuit het standpunt van de samenleving. Hilde merkt op dat bij infrastructuurprojecten van de gemeente de bevolking meer en meer op voorhand wordt betrokken.

Dirk: In Genk is er momenteel een proces aan de gang in het samenwerken tussen allerlei diensten. Mobiliteit en huisvesting zijn evidente partners voor zijn sector. Zij zijn zich ervan bewust dat de dienst wijkontwikkeling een bepaalde knowhow heeft.  Een minder voor de handliggende samenwerking is die met de dienst bevolking van Genk, die tot stand kwam naar aanleiding van een traject die de dienst aflegde met kinderen die filosofeerden over dood, leven… Op basis van hun ideeën is de begraafplaats omgevormd tot een begraaf-/wandelpark. Het doet er dan niet toe of dit project nu valt onder cultuur, dienstverlening, jeugdbeleid, ruimtelijke ordening,…

De job van de cultuurbeleidscoördinator is niet meer verplicht opgelegd sinds de invoering van het nieuwe decreet. Denken jullie dat die job zal wegvallen in gemeenten?

Hilde: Er een verschuiving aan de gang in kleine gemeenten van cultuurbeleidscoördinator naar vrije tijdscoördinator. Andere profielen van de cultuurbeleidscoördinator komen op. Vanuit de cultuur-en gemeenschapscentra komt de rol van bemiddelaar steeds meer naar voor, professionals willen bevolkingsgroepen steeds meer verbinden. Ook in Genk komen er nieuwe profielen op, Gert Philippeth is bijvoorbeeld netwerkmakelaar.

Case vanuit publiek

‘Ik heb de ervaring dat cultuur vaak gevraagd wordt door andere diensten, maar omgekeerd is het moeilijker om als  cultuursector zelf andere diensten te betrekken.’

In Genk gelooft men sterk in persoonlijke contacten, die zijn heel cruciaal. Individuele contacten zijn heel belangrijk in je job, dan krijg je loyaliteit.

De cultuurdienst van Genk heeft geleerd om meer te begeesteren en veel minder te beheersen. In het lokaal cultuurbeleid organiseren we geen evenementen meer, maar we begeleiden processen die leiden tot een evenement, het is een en-en verhaal. We gaan aan de slag met lokale cultuurfenomenen en brengen mensen samen rond een thema. We stellen ons dienstbaar op en maken het gesprek mogelijk dat wordt gevoerd door alle stakeholders aan tafel, wij houden ons op de achtergrond.

Het vraagt wel lef om van de klassieke organisatie en vroegere evenementenwerking af te stappen. Maar schepenen hebben vaak een voorkeur voor projecten die inwoners verbinden in plaats van een grote naam op het podium te hebben, dus politiek zal je daar vrij snel medestanders in vinden. In Genk hebben de ambtenaren een bevoorrechte positie in het zich verhouden tot beleidsmakers. De praktijkwerkers van Genk zijn zich ervan bewust dat het niet overal zo smooth en gemakkelijk gaat. Genk heeft de werking van vandaag te danken aan de “’sense of urgency’ de hoogdringendheid die er was omdat er in de stad veel sociaal-economische achterstelling was. De kwaliteit van het besturend personeel is natuurlijk belangrijk en cruciaal. Als ambtenaar dien je te zorgen dat je minstens evenveel weet dan de schepenen, dan ben je expert én uitvoerder.

2017-08-24T12:52:54+00:00