Buurtbudgetten in Arendonk en Balen zijn een succes

Vormingplus Kempen, Vonk3/Thomas More, de gemeente Balen en het Sociaal Huis van Arendonk sloten op 21 januari een traject rond buurtbudgetten af. Het werd een interessante studievoormiddag. Twee projecten – in Balen en Arendonk – werden tegen het licht gehouden, besproken en beoordeeld. Politicoloog Thibaut Renson rondde af met een scherpe analyse. En met de mededeling dat de lokale overheid zich inzake participatie best opstelt als een goede deejay. “Draai je eigen muziek, maar sta open voor verzoeknummers.”

Meer dan honderd belangstellenden zakten af naar Zaal De Garve in Arendonk voor de afsluitende studiedag over participatie en buurtbudgetten. “De opkomst is talrijk, maar eigenlijk schrikken we daar niet van,” zei Martine Coppieters, coördinator van Vormingplus Kempen. “We weten dat participatie lééft. Het is geen mode of trend, zoals wel eens wordt beweerd. Het is een beweging die niet meer terug te draaien is.”

Verbinden en verdichten

Gedeputeerde Kathleen Helsen nam als eerste het woord. “De projecten in Balen en Arendonk werden mede mogelijk gemaakt door LEADER. Dat is een Europees subsidieprogramma voor plattelandsontwikkeling. In dit participatieproject kregen burgers het vertrouwen van de lokale overheid om zelf aan de slag te gaan met een budget dat hen toebedeeld werd. In Arendonk leidde dat bijvoorbeeld tot de installatie van babbelbanken en een fietskar, en in Balen tot de aankoop van een tent en de realisatie van een bijenhotel, nabij de pastorij van Olmen. Maar nog belangrijker dan die verwezenlijkingen zijn de zaken die niet tastbaar zijn. Het participatietraject zorgde in beide gemeenten immers voor samenwerking en voor verbondenheid. Als burgers de kans krijgen om zelf iets te doen of om een project op poten te zetten, ontstaat er een ‘warme buurt’. We hebben het tegenwoordig graag over ‘verdichten’. Wel, verdichten is meer dan dicht bij mekaar wonen. Het is samen dingen doen.”

Participatie is inderdaad geen modewoord. Het is een nieuwe manier van aan politiek doen

Kathleen Helsen

“De provincie is trots op de twee projecten in Balen en Arendonk. Dit waren geslaagde tests. Dat moet nu navolging krijgen in andere gemeenten. De provincie wil graag nog meer LEADER-budgetten gebruiken voor buurtbudgetten. Participatie is inderdaad geen modewoord. Het is een nieuwe manier van aan politiek doen. We zitten op een kantelmoment. De burger moet meer in handen kunnen nemen en de lokale overheid moet verantwoordelijkheden durven afgeven. Dat is voor beide partijen een nieuw gegeven. Het is ook voor alle twee even wennen. Maar als we dat goed aanpakken, zit er een win-winsituatie voor beide partijen in.”

Niet alleen budget nodig

Janna Janssens begeleidde voor Vormingplus Kempen het buurtbudget in Balen. Ze ging dieper in op de rol en de houding van de overheid. “Het klopt dat de lokale bestuurders bereid moeten zijn om een stukje verantwoordelijkheid af te geven. Maar er is meer dan dat. Het houdt niet op met een budget toekennen. Er moet ook tijd geïnvesteerd worden. Het traject moet immers begeleid worden. En daar heb je personeel voor nodig, zoals een lokale ambtenaar en een procesbegeleider. Dus moet er ook een kader gecreëerd worden waarbinnen dit allemaal mogelijk wordt. Dat zijn geen onoverkomelijke voorwaarden of eisen. Maar het is toch goed om op voorhand te beseffen dat ‘verantwoordelijkheid afstaan’ meer betekent dan een budget voorzien. Voor een participatietraject helemaal afgerond is, van idee tot en met de volledige realisatie, mag je toch wel op twee jaar rekenen.”

Durven loslaten

Karine Soenen is ouderenbeleidscoördinator bij het Sociaal Huis in Arendonk. Zij legde het Arendonkse buurtbudget onder het vergrootglas. “Wie nadenkt over het toekennen van een buurtbudget, moet eerst nadenken over het begrip ‘buurt’. Wat maakt van een buurt een buurt? Welke buurt kies je? In Arendonk hebben we naar een paar kenmerken gekeken. Ten eerste wilden we het project niet te omvangrijk maken, en beslisten we te kiezen voor een relatief kleine buurt.

Onze voorkeur ging uit naar een buurt waar mensen met verschillende achtergronden wonen. Daar heb je als extra troef dat je het samenhorigheidsgevoel kan vergroten. Waar we tot slot ook naar keken, was de haalbaarheid van het project. Je kiest beter voor een beperkt project dat gerealiseerd kan worden dan voor een ambitieus project dat te moeilijk blijkt te zijn en waarvoor het enthousiasme dreigt weg te ebben. Nadat we de buurt hadden gekozen, zijn we op zoek gegaan naar mensen die in een kerngroep wilden zitten. Pas daarna kan het eigenlijke participatieproject worden opgestart en komt de echte dialoog tussen bewoners en overheid tot stand. Die dialoog verliep, zeker in het begin, niet altijd van een leien dakje.”

Moeilijk om stap achteruit te zetten

Burgemeester Hendrickx gaf dat ruiterlijk toe: “Het schepencollege had het soms best moeilijk met de ideeën waarmee de buurtbewoners kwamen aandraven. En ik wil me niet achter het college verstoppen. Ikzelf was vermoedelijk nog het meest kritisch. Er werden ideeën gelanceerd waar ik écht niet in geloofde. En waar ik, als ik heel eerlijk ben, nog steeds niet achter sta. Hoe mooi het ook klinkt om ‘verantwoordelijkheid af te staan’, op zulke momenten is het toch best lastig om als burgemeester of als college een stap terug te zetten. Maar dat is uiteindelijk wél wat we gedaan hebben. We zijn uiteindelijk consequent geweest en terug naar de oorsprong gegaan: het idee van het participatieproject zélf, waar we met volle overtuiging zijn ingestapt.

Wie A zegt, moet ook B zeggen: je kan geen buurtbudget toekennen en daarna tóch zelf beslissen wat er in die buurt wel of niet moet gebeuren. De buurtbewoners hebben het laatste woord gekregen. Zo hoort het ook. Anders kan je bezwaarlijk van echte participatie spreken. Of je het nu wel of niet eens bent met wat de buurt voorstelt, staat daar los van. Zolang het natuurlijk wel overeen blijft komen met de beleidslijnen waarvoor de kiezer je een mandaat heeft gegeven.”

Resultaten bevraagd

Leen Heylen, onderzoeksleider bij Vonk3, ging dieper in op de resultaten van de participatieprojecten in Arendonk en Balen. Wat niet tastbaar is, is nog wel meetbaar. Zowel in Arendonk als in Balen werd de buurt uitgebreid bevraagd, na afloop van het traject. “Twee derden van de buurtbewoners, onder wie ook de meest kwetsbare groep, zei op de hoogte te zijn van het buurtbudget. Alleen niet-Belgen bleken niet zo goed op de hoogte te zijn. Verwonderlijk is dat niet helemaal. Zelfs met een goede en uitgekiende communicatiestrategie is het moeilijker om anderstaligen te bereiken. Toch zijn de resultaten zeer bevredigend. Van de mensen die een actieve rol opnamen in het project, zeiden 30 op 36 dat ze er buurtbewoners door hebben leren kennen die ze voordien niet kenden. De buurtbewoners zeiden ook dat ze dankzij het project trotser geworden zijn op hun buurt, dat het een goed middel tegen de eenzaamheid is, en dat het angsten en vooroordelen tegenover andere bevolkingsgroepen wegneemt. De bewoners verklaarden ook dat ze bereid zijn om in de toekomst verantwoordelijkheid te blijven nemen en engagementen te blijven aangaan.”

Wankel evenwicht

Het slotwoord was voor politicoloog Thibaut Renson. Hij ging dieper in op de positie die de lokale overheid moet innemen bij participatietrajecten.

De rol van de overheid is perfect te vergelijken met die van een deejay. Thibaut Renson

 

“Je kan niet alle macht en verantwoordelijkheid bij de burger leggen. Maar je kan ook geen beleid voeren vanuit een ivoren toren. Tussen die twee uitersten loopt er eigenlijk maar een dunne lijn waarop het moeilijk balanceren is. De macht niet kunnen loslaten is even erg als je verantwoordelijkheid ontlopen door de macht te snel af te staan. Politici moeten zich ervan bewust zijn dat participatie niet in alle gevallen werkt. Het circulatieplan in Gent, bedoeld om het doorgaande verkeer uit het stadscentrum te weren, is daarvan een goed voorbeeld. Toen het voor het eerst ter sprake kwam, was de grote meerderheid van de Gentenaars tegen. De oppositie eiste een volksraadpleging, maar de coalitie weigerde daar op in te gaan. Ze wisten wel waarom: het circulatieplan zou gegarandeerd afgeschoten geworden zijn. Het plan werd dus toch gerealiseerd, zonder toestemming van de burgers, al kregen ze later, bij de totstandkoming van dat plan, wel inspraak. Wat blijkt? Achteraf waren de meeste bewoners best tevreden met het circulatieplan. Maar met een volksraadpleging zou het er nooit gekomen zijn.”

Waar dan de gulden middenweg ligt tussen wel of niet luisteren naar de burgers? “Ik vergelijk de lokale overheid graag met een deejay. Een goeie deejay is goed voorbereid, weet wat zijn publiek wil en kan liedjes draaien die in de smaak vallen. Daar mogen regelmatig ook nummers tussen zitten die het publiek niet eens kent. Een deejay mag nieuwe muziek laten horen en het publiek opvoeden. Maar een deejay doet er ook goed aan af en toe een verzoeknummer te draaien. Zo houdt hij contact met zijn publiek en staat hij tussen hen in plaats van boven hen. De grootste fout die een deejay kan maken, is vragen om verzoeknummers en ze dan niet draaien. Die vergelijking gaat perfect op. Een overheid is niet verplicht om participatietrajecten te organiseren. Ze doet er zelfs goed aan er twee keer over na te denken voor ze eraan begint, en het alleen op de juiste momenten te doen. Maar als ze het doet, moet ze het menen. Niks is kwalijker en frustrerender dan zéggen dat je veel belang hecht aan participatie en het vervolgens niet organiseren. Dan jaag je de burgers pas echt tegen je in het harnas.”

Onze clip

De presentatie

Foto’s

© Chris Stessens

Geef een reactie

Back to top button

Onze website gebruikt cookies om jouw bezoek aan onze website te verbeteren. Klik op de schuifknop om je voorkeuren op te slaan of aanvaard al onze standaard-cookies.

Cookie-instellingen

Hier kan je aankruisen welke cookies je al dan niet wil toelaten. Klik op de bewaarknop om je keuzes te bewaren.

Functionele cookiesDeze cookies zijn minimaal nodig om de website goed te laten werken.

Statistische cookiesDie brengen, volledig anoniem, jouw gebruik in kaart voor analyse en onderzoek. Dat gebeurt o.a. geanonimiseerd voor Google Analytics.

Sociale mediakoppelingenDie zorgen voor een optimale wisselwerking met sociale media zoals Youtube, Twitter, Facebook of Instagram.

AdvertentiecookiesDie gebruiken we normaal niet.

Andere cookieszoals bijv. die van Publiq om de UiT-agenda te laten werken