De nood aan een goede babbel

De nood aan een goede babbel
senioren_Bernau_Live

De betrokkenheid in het verenigingsleven is in Arendonk gemiddeld laag

Uit de interviews in het vooronderzoek kwamen zowel gevoelens van sociale als emotionele eenzaamheid naar boven. Emotionele eenzaamheid wordt meer impliciet aangekaart, sociale eenzaamheid durft men vaker expliciet te benoemen.

Als momenten seizoenen worden

Vaak hebben de ouderen nog verscheidene contacten: familie (kinderen, broers en zussen, schoonfamilie) en buren spelen hier een cruciale rol in. Ouderen die nog veel te doen hebben en veel contacten hebben, lijken vooral in het weekend en / of ’s avonds contacten te missen. Ouderen die meer contacten missen, zijn vaak ook de emotioneel eenzamen en lijken vooral een goede vriend of vriendin te missen.

Ook de winter of slecht weer is een periode waarin men zich vaker eenzaam voelt of alleen is. Vele ouderen kijken uit naar de zomer. Gezondheid vormt echter de voornaamste drempel of risicofactor, welk op zijn beurt een impact heeft op de mobiliteit (vb. niet meer met auto kunnen rijden). De stap durven zetten naar nieuwe sociale contacten is vaak een drempel (niet alleen durven gaan). Men vindt de groep vaak ook te groot.

Klassiek verenigingsleven is geen antwoord

Gevraagd naar hoe hun dagen er nu uit zien, zien we dat fietsen een belangrijke activiteit is, wandelen en lezen ook. De betrokkenheid in het verenigingsleven, … is in Arendonk gemiddeld laag. Ouderen die vroeger al lid waren, nemen nu af en toe, in de mate van het mogelijke, nog deel. Ouderen die dat niet waren geven aan hier ook niet altijd de behoefte aan te hebben. Fietsen met een lokale vereniging bijvoorbeeld vinden ze een veel te grote groep, soms zelfs gevaarlijk. Ook het programma sluit niet altijd aan bij hun wensen. De wens om meer betrokken te zijn in het klassieke verenigingsleven wordt niet echt uitgesproken.

Een goede babbel

Triggers die de ouderen wel zouden kunnen aanzetten hun sociale leven op te krikken zijn in de eerste plaats het goede weer. Vervoer speelt zeker ook mee. En de timing is eveneens van belang: voor sommigen in het weekend, voor anderen een activiteit overdag. De meeste ouderen geven aan vooral nood te hebben aan een goede babbel, eens goed kunnen buurten, iemand met wie je op stap kan gaan, … .

De klik met anderen is belangrijk

Hierbij geven enkele ouderen expliciet aan dat er toch “nen klik” moet zijn. Andere voorwaarden zijn dat het op maat van hun gezondheid moet zijn: rekening houdend met hun gezondheid, op ’t gemak, niet te lang, … . En hier zelf over kunnen beslissen speelt eveneens mee. Er worden heel veel verschillende gewenste activiteiten aangehaald, met eens “buurten” op kop. Opvallend is dat hier nergens verwezen wordt naar het klassieke verenigingsleven.

Uit de stuurgroepen, de focusgroepen en de diepte-interviews kwamen volgende aandachtspunten voor het opzetten van een goede praktijk (de vervolgfase) naar voor:

  • wederkerige aspect: “het moet klikken”
  • op maat, met aandacht voor individuele noden en behoeften
  • niet zozeer toeleiden tot, maar “eens buurten, eens babbelen, iets samen doen”

Verbinden

In de volgende stap willen we dit vertalen in een duurzame praktijk dat volgende functies kan omvatten.

  1. buurtbewoners verbinden: in kaart brengen van vraag en aanbod, elkaar vinden via buurtbalie, …
  2. een vangnet van professionele zorg: komt pas in tweede instantie in werking. Toeleiding, doorverwijzing…

De richting is alvast duidelijk; de gedragenheid door de lokale gemeenschap is er ook.

2013-06-27T10:39:14+00:00